De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van erfvredebreuk, maar het hof 's-Hertogenbosch vernietigde dit vonnis en verklaarde bewezen dat de verdachte samen met anderen wederrechtelijk een besloten erf betrad en aldaar verbleef zonder toestemming van de eigenaar, de gemeente.
Het hof oordeelde dat het perceel een besloten erf was, afgesloten met betonblokken en in gebruik bij de gemeente, die het erf had afgesloten en het bestemmingsplan had gewijzigd ten behoeve van woningbouw. De verdachte en medeverdachten verwijderden de betonblokken en vestigden woonwagens op het erf, ondanks een sommatie van de gemeente om het terrein te verlaten.
De verdediging voerde onder meer aan dat het bestemmingsplan was vernietigd en dat er sprake was van een demonstratierecht, maar het hof verwierp deze verweren. Het hof kwalificeerde het feit als medeplegen van erfvredebreuk en veroordeelde de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van €500 met een proeftijd van twee jaar. De redelijke termijn in hoger beroep was overschreden, maar dit leidde niet tot strafvermindering.