Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , België.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder heeft in hoger beroep verzocht om herstel van haar ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, nadat dit gezag eerder door de rechtbank was beëindigd en de Gecertificeerde Instelling tot voogd was benoemd.
De minderjarige woont sinds maart 2022 weer bij de moeder en haar partner, maar het verblijf wordt slechts gedoogd en de situatie is te pril om te beoordelen of de moeder duurzaam in staat is de verzorging en opvoeding te dragen. De Gecertificeerde Instelling en de Raad voor de Kinderbescherming uiten zorgen over de stabiliteit en het verleden van de moeder met betrekking tot hulpverlening.
Het hof heeft de mening van de minderjarige gehoord, die aangeeft het beter te hebben bij de moeder en graag wil dat het gezag wordt hersteld. Desondanks oordeelt het hof dat het belang van de minderjarige en de wettelijke criteria vereisen dat het gezag pas wordt hersteld als de ouder langdurig en duurzaam voor het kind kan zorgen.
Gezien de korte periode dat de minderjarige weer thuis woont en het prille karakter van de hulpverlening, wijst het hof het verzoek af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Het hof benadrukt het belang van een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van het kind als uitgangspunt.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om herstel van het ouderlijk gezag wordt afgewezen vanwege de te prille situatie.