ECLI:NL:GHSHE:2022:2683
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbetering arrest inzake ingangsdatum wettelijke rente
In deze zaak heeft appellante een verzoek ingediend tot verbetering van het arrest van het hof van 31 mei 2022 op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Appellante stelde dat het hof een kennelijke fout had gemaakt door de ingangsdatum van de wettelijke rente verkeerd vast te stellen.
Het geschil betrof de vraag vanaf welk moment de wettelijke rente verschuldigd is, waarbij het hof in het arrest had geoordeeld dat de rente toewijsbaar was vanaf 3 juli 2016, omdat de brief van 23 juni 2016 als ingebrekestelling werd gekwalificeerd. Appellante meende echter dat de ingebrekestelling reeds op 3 oktober 2012 had plaatsgevonden, waardoor verzuim op 18 oktober 2012 zou zijn ingetreden.
De gemeente stelde zich op het standpunt dat het verzoek tot verbetering moest worden afgewezen, omdat het oordeel van het hof een inhoudelijke afweging betrof en geen kennelijke fout. Het hof oordeelde uiteindelijk dat het oordeel over de ingangsdatum van de wettelijke rente het resultaat was van een inhoudelijke beoordeling van de standpunten van partijen en dat er geen sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig hersteld kon worden.
Het verzoek tot verbetering van het arrest werd daarom afgewezen. Dit arrest is gewezen door de rolraadsheren Bartelds, Bervoets en Bouwens en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het arrest werd afgewezen wegens het ontbreken van een kennelijke fout.