Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 9438133 \ CV EXPL 21-4646)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met productie 1 (het beroepen vonnis);
- de memorie van grieven met producties 2 tot en met 5;
- Het H16-formulier met productie 6;
- de memorie van antwoord met producties 74 tot en met 85.
3.De beoordeling
- Bij beschikking van 20 september 2013 heeft de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [de onderbewindgestelde] (hierna: [de onderbewindgestelde] ) onder bewind gesteld met ingang van 1 oktober 2013 en [persoon A] , handelend onder de naam [handelsnaam] , tot bewindvoerder benoemd. Het bewind is ingesteld omdat [de onderbewindgestelde] als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is ten volle de eigen vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Bij beschikking van 21 januari 2022 heeft de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, [persoon A] op haar verzoek met ingang van 1 februari 2022 als bewindvoerder ontslagen en [appellant] met ingang van die datum tot (opvolgend) bewindvoerder benoemd. Het hof zal in het navolgende kortweg spreken van “de bewindvoerder”, zonder daarbij onderscheid te maken tussen beide bewindvoerders.
- [de onderbewindgestelde] behoort tot een van de doelgroepen die omschreven zijn in artikel 22a van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015.
- Bij huurovereenkomst van 30 januari 2020 heeft Wonen Limburg de woning aan de [adres 1] te [plaats] aan [de onderbewindgestelde] verhuurd voor de duur van 24 maanden, ingaande op 30 januari 2020 en lopend tot en met 29 januari 2022. Deze tijdelijke verhuur heeft plaatsgevonden met toepassing van de Wet doorstroming huurmarkt 2015 en artikel 22a van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015.
- De woning is gelegen op de eerste verdieping van een appartementencomplex met zes woonlagen.
- In artikel 8.1 van de huurovereenkomst staat het volgende:
- [de onderbewindgestelde] heeft sinds de aanvang van de huurovereenkomst vier keer een nieuwe begeleider gekregen.
- Wonen Limburg heeft sinds de aanvang van de huurovereenkomst herhaaldelijk meldingen ontvangen van omwonenden over door [de onderbewindgestelde] veroorzaakte overlast. Het gaat om twee anonieme melders, en om de bewoners van [adres 2] , [adres 3] , [adres 4] [adres 5] , [adres 6] , [adres 7] , [adres 8] , [adres 9] en [adres 10] Tevens heeft de zoon van de bewoner van nummer [adres 2] (de onderbuurman van [de onderbewindgestelde] ) een melding gemaakt. De melders klagen over geschreeuw, abnormaal hard gehuil, gebrul, vloeken en tieren in de woning en het slaan met deuren, zowel overdag als 's nachts. Verder klagen zij over intimiderend gedrag van [de onderbewindgestelde] in en rondom (de gemeenschappelijke ruimten van) het appartementencomplex, zoals naroepen, vloeken en tieren. De politie is in verband met het gedrag van [de onderbewindgestelde] regelmatig ter plaatse geweest.
- Wonen Limburg heeft een door de politie opgestelde bestuurlijke rapportage van 26 augustus 2021 in het geding gebracht. In die rapportage staat onder meer het volgende.
van de openbare orde.
- Wonen Limburg heeft een spoedeisend belang bij haar vordering (rov. 4.1).
- Het is voldoende aannemelijk dat [de onderbewindgestelde] de door Wonen Limburg gestelde overlast veroorzaakt. Deze overlast is voldoende ernstig om in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Wonen Limburg heeft er belang bij dat aan de overlastsituatie spoedig een einde komt (rov. 4.3).
- Het woonbelang van [de onderbewindgestelde] moet wijken voor het belang van Wonen Limburg bij ontruiming van de woning (rov. 4.4).
- De vordering van Wonen Limburg tot ontruiming van de woning is daarom toewijsbaar (rov. 4.5).
- Wonen Limburg heeft het vonnis op 26 oktober 2021 aan de bewindvoerder laten betekenen en daarbij aangezegd dat de ontruiming van de woning zal plaatsvinden op 17 november 2021.
- De bewindvoerder heeft Wonen Limburg vervolgens in kort geding gedagvaard en een verbod op het tenuitvoerleggen van het vonnis van 18 oktober 2021 gevorderd totdat er een beslissing is gegeven op het tegen dat vonnis ingestelde hoger beroep.
- Bij kortgedingvonnis van 22 november 2021 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, de vorderingen van de bewindvoerder afgewezen.
- Wonen Limburg heeft de woning vervolgens op 24 november 2021 laten ontruimen.
- 1. als vereiste om toegang te krijgen tot de kortgedingrechter (bevoegdheids- of ontvankelijkheidsvereiste);
- 2. als vereiste voor toewijzing van de verlangde voorziening.