ECLI:NL:GHSHE:2022:2711
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling poging tot doodslag ondanks beroep op noodweer en noodweerexces
In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor poging tot doodslag met een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. De verdediging voerde aan dat de verdachte handelde uit noodweer, noodweerexces of putatief noodweer, omdat hij zijn zus zag worden gewurgd en de aangever een mes zou hebben getrokken.
Het hof oordeelde dat de feiten en omstandigheden die het beroep op noodweer ondersteunen niet aannemelijk zijn. Het letsel van de aangever en het forensisch onderzoek stroken niet met de verklaring van de verdachte dat de aangever het mes in de linkerhand had en dat het steekletsel per ongeluk ontstond tijdens een worsteling. Het hof concludeert dat de verdachte als agressor moet worden beschouwd en daarom geen geslaagd beroep op noodweer kan doen. Ook de beroepen op noodweerexces en putatief noodweer worden verworpen omdat daarvoor geen voldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld.
Het hof bevestigt de straf van de rechtbank en acht een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming passend gezien de ernst van het feit. Hoewel er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg, is daar bij de strafoplegging al rekening mee gehouden en is in hoger beroep geen sprake van termijnoverschrijding. Het arrest is uitgesproken op 2 juni 2022 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging tot doodslag met een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk.