Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige](hierna te noemen: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de ondertoezichtstelling van een minderjarige centraal, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant bekrachtigt. De moeder is tegen deze ondertoezichtstelling in hoger beroep gegaan, stellende dat de ontwikkeling van de minderjarige positief verloopt en er geen noodzaak is voor gedwongen maatregelen. De moeder erkent wel open te staan voor statusvoorlichting met professionele hulp, maar betwist dat er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging.
De Raad voor de Kinderbescherming stelt dat het ontbreken van contact en statusvoorlichting over de vader een ernstige bedreiging vormt voor de identiteitsontwikkeling van de minderjarige. De minderjarige groeit op zonder kennis van haar vader en zonder contact, wat psychische klachten kan veroorzaken. De raad benadrukt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende resultaat heeft opgeleverd en dat een gedwongen kader noodzakelijk is om de impasse te doorbreken.
De Gecertificeerde Instelling (GI) geeft aan sinds december 2021 betrokken te zijn en werkt aan een plan van aanpak, maar benadrukt dat medewerking van de moeder cruciaal is. De vader benadrukt zijn inspanningen om contact te krijgen en wijst op het recht van de minderjarige om te weten wie haar vader is.
Het hof overweegt dat er reeds sprake is van een ontwikkelingsbedreiging door het ontbreken van statusvoorlichting en contact. Gezien de voorgeschiedenis en het gebrek aan resultaat binnen het vrijwillige kader is een gedwongen ondertoezichtstelling gerechtvaardigd. De beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bekrachtigd wegens het ontbreken van contact en statusvoorlichting over haar vader.