ECLI:NL:GHSHE:2022:2840

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 februari 2022
Publicatiedatum
17 augustus 2022
Zaaknummer
200.306.420_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 353 lid 1 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wrakingsbeslissing wegens ontbreken advocaat

In deze civiele zaak dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen een beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank Limburg. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat het hoger beroep niet was ingediend door een advocaat, wat in deze procedure verplicht is volgens artikel 353 lid 1 Rv Pro.

De wrakingskamer van het gerechtshof wees verzoekers erop dat zij het verzuim binnen twee weken moesten herstellen. Verzoekers vroegen om een termijnverlenging, maar dit verzoek werd afgewezen. Vervolgens dienden zij een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de wrakingskamer, dat werd beschouwd als misbruik van recht en buiten behandeling werd gesteld.

Omdat verzoekers het verzuim niet herstelden, verklaarde de wrakingskamer het hoger beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor kwam de wrakingskamer niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep en vond geen mondelinge behandeling plaats.

De beslissing werd op 24 februari 2022 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch genomen en openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de wrakingsbeslissing is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een advocaat.

Uitspraak

beslissing

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer
registratienummer wraking: 200.306.420/01
datum beslissing: 24 februari 2022
beslissing van de wrakingskamer op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing
van de wrakingskamer van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, uitgesproken op 11 november 2021 en op schrift gesteld op 17 november 2021 met zaaknummer C/03/297727 / HA RK 21-334,
in de zaak van

1.[verzoeker sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
vertegenwoordigd door [verzoeker sub 2] , bestuurder,

2.[verzoeker sub 2] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekers.

1.Het procesverloop

1.1
Tijdens de behandeling ter zitting op 14 oktober 2021 is in de zaak met nummer 8977835 CV EXPL 21-293 door verzoekers een wrakingsverzoek ingediend. Dit verzoek is door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg behandeld op 11 november 2021. Op diezelfde dag heeft de wrakingskamer van de rechtbank Limburg mondeling uitspraak gedaan.
1.2
Verzoekers hebben bij brief van 8 februari 2022 medegedeeld in hoger beroep te komen tegen deze beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank Limburg.
1.3
Bij brief van 9 februari 2022 heeft de wrakingskamer verzoekers er op gewezen dat het hoger beroep niet voldoet aan de vereisten voor het indienen daarvan nu dit niet is ingediend door een advocaat terwijl dat in zaken als de onderhavige, waarin verplichte procesvertegenwoordiging geldt, wel verplicht is. Verzoekers zijn in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen twee weken te herstellen.
1.4
Op 21 februari 2022 hebben verzoekers bij per e-mail gestuurde brief verzocht om de gegeven termijn te verlengen. Dat verzoek is namens de voorzitter van de wrakingskamer, eveneens per e-mail, afgewezen op 22 februari 2022.
1.5
Op 23 februari 2022 hebben verzoekers bij per e-mail gestuurde brief medegedeeld de voorzitter van de wrakingskamer te wraken.

2.De wraking van de voorzitter

2.1
De wrakingskamer stelt vast dat, blijkens het vermelde in de in 1.5 genoemde brief, het wrakingsverzoek tegen de voorzitter kennelijk (uitsluitend) is ingegeven om een verlenging van de hersteltermijn te krijgen. Daarmee wordt evident misbruik gemaakt van de mogelijkheid een wrakingsverzoek in te dienen. De wrakingskamer zal daarom het wrakingsverzoek tegen de voorzitter buiten behandeling stellen.

3.De ontvankelijkheid van het verzoek

3.1
De wrakingskamer heeft geconstateerd dat het hoger beroep van verzoekers niet voldoet aan de vereisten voor het indienen daarvan aangezien het niet is ingediend/medeondertekend door een advocaat. Verzoekers zijn bij brief van 9 februari 2022 in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen.
In reactie op de brief van 9 februari 2022 hebben verzoekers op 21 februari 2022 per e-mail verzocht om de gegeven termijn te verlengen. Dat verzoek is afgewezen op 22 februari 2022. Daarbij is door de wrakingskamer gewezen op een uitspraak van de wrakingskamer in een eerdere wrakingszaak van [verzoeker sub 1] , Hof ’s Hertogenbosch, 22 januari 2021, ECLI:NL:GHSHE:2020:1795. Uit deze uitspraak volgt dat [verzoeker sub 1] en haar bestuurder - verzoeker sub 2. - reeds voor indiening van het verzoekschrift in appel in déze zaak op de hoogte waren van het vereiste dat een hoger beroep ingediend dient te worden door een advocaat.
3.2
Verzoekers hebben het verzuim niet hersteld en kunnen reeds daarom in het hoger beroep niet worden ontvangen.
3.3
Op grond van het vorenstaande is het door verzoekers ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk. Gelet hierop komt de wrakingskamer niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.

4.De beslissing

Het hof (de wrakingskamer):
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de bestreden beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 november 2021;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekers, haar wederpartij, de rechtbank Limburg en de rechter van wie de wraking was verzocht.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W. van Rijkom, P.C. van der Vegt en T.A. Gladpootjes, in tegenwoordigheid van mr. M.A.H. Fransen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2022.