ECLI:NL:GHSHE:2022:2851

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 mei 2022
Publicatiedatum
18 augustus 2022
Zaaknummer
20-002559-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.T.F.M. van Krieken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis wegens ontbreken oproeping raadsman en terugwijzing naar kantonrechter

In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep gegaan tegen een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting bleek dat de raadsman van de verdachte niet aanwezig was omdat hij niet op de hoogte was gebracht van de datum van de zitting. Dit kwam doordat bij de herregistratie van de zaak onder een nieuw parketnummer verzuimd was om de correspondentie en registratie van de raadsman mee te nemen, waardoor geen oproep naar hem was verzonden.

Het hof oordeelde dat de kantonrechter achteraf bezien niet aan een inhoudelijke behandeling had mogen toekomen omdat de raadsman, een persoon met een kernrol in het onderzoek, niet aanwezig was en niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was opgeroepen. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad leidt dit tot vernietiging van het vonnis.

Het hof vernietigde daarom het bestreden vonnis en wees de zaak terug naar de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie 's-Hertogenbosch, met de opdracht om de zaak opnieuw te berechten en af te doen, met inachtneming van het arrest en met oproeping van de raadsman.

Het arrest werd mondeling uitgesproken door mr. J.T.F.M. van Krieken op 24 mei 2022 tijdens een openbare terechtzitting van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de kantonrechter voor een nieuwe behandeling met oproeping van de raadsman.

Uitspraak

Parketnummer: 20-002559-21

Uitspraak : 24 mei 2022
TEGENSPRAAK (art. 279 Sv Pro)
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant, zitting houdende te 's-Hertogenbosch van 14 september 2021, in de strafzaak onder parketnummer 96-083620-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
thans uit anderen hoofde verblijvende in Vught PPC te Vught.
Geldigheid van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg
Het hof is uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken, dat de kantonrechter, achteraf bezien, niet aan een inhoudelijke behandeling van de zaak op 14 september 2021 tegen de verdachte had mogen toekomen omdat:
a. een van de personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting, te weten, de raadsman van de verdachte, aldaar niet is verschenen, terwijl de raadsman niet op de hoogte is gebracht van de dag der terechtzitting en zich evenmin een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat die dag hem bekend was.
Het hof overweegt daartoe als volgt.
De strafzaak tegen de verdachte is in eerste instantie geregistreerd onder parketnummer 96-083615-20. Het Openbaar Ministerie heeft gepoogd om de verdachte te horen via telehoren, echter bleek het niet mogelijk om de zaak op deze wijze af te doen. Het Openbaar Ministerie heeft daarop besloten om de verdachte te dagvaarden en de zaak aan te brengen bij de rechtbank. De zaak is op dat moment opnieuw geregistreerd onder een ander parketnummer, te weten 96-083620-20.
De raadsman van de verdachte heeft zich reeds op 17 februari 2020 gesteld in de zaak met parketnummer 96-083615-20. In die zaak is door de raadsman geklaagd tegen het uitblijven van de teruggave van het inbeslaggenomen voertuig. Dit beklag is door de officier van justitie ongegrond verklaard.
Bij registratie van de strafzaak tegen de verdachte onder het parketnummer 96-083620-20, is verzuimd om de correspondentie uit het dossier met parketnummer 96-083615-20 toe te voegen in het dossier met parketnummer 96-083620-20. Dit heeft ertoe geleid dat mr. [naam] ten onrechte niet is geregistreerd als raadsman van de verdachte en er is derhalve geen oproep verzonden naar de raadsman. De raadsman was niet op de hoogte van de datum van de terechtzitting. Het hof is van oordeel dat nergens uit blijkt dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting bekend was bij de raadsman.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient terugwijzing plaats te vinden in het geval de rechter ter terechtzitting aan een behandeling ten gronde niet had mogen toekomen omdat één van de personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting, te weten -in dit geval- de raadsman van de verdachte, niet ter terechtzitting van 14 september 2021 aanwezig was, terwijl deze niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is opgeroepen.
Gelet op het voorgaande zal het hof overgaan tot vernietiging van het bestreden vonnis, en – nu door de verdediging is verzocht de zaak terug te wijzen naar de kantonrechter – de zaak terugwijzen naar de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant, teneinde op grond van de inleidende dagvaarding opnieuw te worden berecht en afgedaan, met inachtneming van dit arrest.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant (locatie 's-Hertogenbosch) teneinde op grond van de inleidende dagvaarding opnieuw te worden berecht en afgedaan, met inachtneming van dit arrest, en met oproeping van mr. [naam] .
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. J.T.F.M. van Krieken.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 mei 2022.