ECLI:NL:GHSHE:2022:2925

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 juni 2022
Publicatiedatum
23 augustus 2022
Zaaknummer
20-000135-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling wegens overtredingen Wegenverkeerswet 1994

In deze strafzaak is het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter te Maastricht van 21 januari 2021. De verdachte werd verdacht van twee overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994 gepleegd op 6 augustus 2019 te Heerlen. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en doet nu opnieuw recht.

De bewezenverklaringen betreffen overtredingen van artikel 7, eerste lid, en artikel 8, derde lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994. De verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €650,00, 13 dagen hechtenis die bij gebreke van betaling in vijf termijnen van €130,00 per maand kan worden vervangen, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor 180 dagen. Daarnaast is de verdachte voor het tweede bewezenverklaarde feit ontzegd van de rijbevoegdheid voor 136 dagen.

Het hof heeft bepaald dat een gedeelte van de ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de verdachte zich binnen een proeftijd van twee jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit. Tevens is rekening gehouden met de periode waarin het rijbewijs reeds was ingevorderd of ingehouden, welke in mindering wordt gebracht op de duur van de bijkomende straf. Het arrest is mondeling gewezen op 17 juni 2022 door de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot geldboete, hechtenis en ontzegging rijbevoegdheid met proeftijd.

Uitspraak

Parketnummer: 20-000135-21

Uitspraak : 17 juni 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingslocatie Maastricht, van 21 januari 2021, in de strafzaak onder parketnummer 03-217163-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
wonende te [adres] .
Kwalificatie
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Gepleegd op 6 augustus 2019 te Heerlen.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994.
Gepleegd 6 augustus 2019 te Heerlen.
Toegepaste wetsartikelen
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 650,00 (zeshonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
13 (dertien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de
geldboetemag worden voldaan in
5 (vijf) termijnenvan
1 (één) maand, elke termijn groot
€ 130,00 (honderddertig euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
136 (honderdzesendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. J.J.M. Gielen-Winkster.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 juni 2022.