In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Limburg van 8 maart 2019 vernietigd. De verdachte werd vrijgesproken van de poging tot zware mishandeling en mishandeling van zijn dochter.
De tenlastelegging betrof het binden van een elektriciteitskabel om de nek van zijn dochter en het trekken daaraan met het oog op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, alsmede het slaan en/of trappen van zijn dochter. De verdachte gaf toe zijn dochter te hebben geslagen, maar stelde dat dit gebeurde ter verdediging van zijn echtgenote die door de dochter werd aangevallen.
De aangeefster kon zich niet herinneren dat haar vader haar had geprobeerd te wurgen en verklaarde dat zij destijds onder invloed stond van een persoon die haar had opgedragen dit te verklaren om een eigen woonruimte te verkrijgen. Er was geen zichtbaar letsel geconstateerd door politie bij het bezoek aan haar woning. Het hof acht het verhaal van de verdachte niet onaannemelijk en oordeelt dat het beroep op noodweer slaagt. Daarom is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en wordt hij vrijgesproken.