Uitspraak
- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar,
- een taakstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, en
- een (eventueel) voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar, met een proeftijd van twee jaar.
1.
2.hij, op 26 oktober 2018 te Eindhoven, als degene door wiens gedraging als bestuurder van een motorrijtuig een verkeersongeval op de Leenderweg was veroorzaakt, de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, waarbij door dat veroorzaakt verkeersongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten.
2.2.hij, op 26 oktober 2018 te Eindhoven, als degene door wiens gedraging als bestuurder van een motorrijtuig een verkeersongeval op de Leenderweg was veroorzaakt, de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, waarbij door dat veroorzaakt verkeersongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten.
het hof: getuige [getuige] en slachtoffer [slachtoffer]] op het gras naast de weg liepen, op ongeveer 20 meter afstand van waar hun vrachtwagen stond, dat hij voorop liep en [slachtoffer] achter hem en dat hij zag dat er een witte personenauto hen tegemoet reed. De auto reed midden op de weg en reed toen naar hen toe. De auto is volgens [getuige] via de stippellijn gereden en over de vluchtstrook. Uit de bij het politieverhoor door [getuige] gemaakte situatietekening maakt het hof op dat [getuige] met de ‘stippellijn’ de onderbroken middenlijn bedoelt die de grens tussen de rechter en linker rijbaan markeert. Getuige [getuige] dacht dat de auto hen misschien wilde laten schrikken. De auto heeft de broek van zijn rechterbeen geraakt. [getuige] verklaarde dat hij opzij is gesprongen en dat de auto anders hem vol had geraakt, maar omdat de collega achter hem liep [
het hof begrijpt: het slachtoffer] de auto niet kon zien en [slachtoffer] vol is geraakt door de auto. [12]
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
1 (één) jaar.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
€ 9.500,00 (negenduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade.
€ 22.180,00 (tweeëntwintigduizend honderdtachtig euro) aan materiële schadeaf.
gijzelingop ten hoogste
43 (drieënveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 4.000,00 (vierduizend euro) ter zake van materiële schade.
€ 19.760,00 (negentienduizend zevenhonderdzestig euro) aan materiële schadeaf.
gijzelingop ten hoogste
18 (achttien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 37.000,00 (zevenendertigduizend euro) ter zake van materiële schade.
€ 30.320,00 (dertigduizend driehonderdtwintig euro) aan materiële schadeaf.
gijzelingop ten hoogste
165 (honderdvijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 30.000,00 (dertigduizend euro) ter zake van materiële schade.
€ 150.000,00 (honderdvijftigduizend euro) aan materiële schadeaf.
gijzelingop ten hoogste
134 (honderdvierendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.