Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder van 26 juli 2022;
- het V-formulier van de advocaat van de moeder van 2 augustus 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een minderjarige geboren in 2006, die sinds juni 2020 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI). De ondertoezichtstelling was verlengd tot juni 2022 en de rechtbank had deze verlenging met ingang van juni 2022 tot juni 2023 bevolen. De moeder van de minderjarige is tegen deze verlenging in hoger beroep gekomen en verzocht om vernietiging of schorsing van de beschikking.
De moeder stelt dat het gedwongen kader niet langer noodzakelijk is, omdat de minderjarige positieve stappen heeft gezet tijdens haar verblijf in een behandelgroep en inmiddels weer thuis woont. Ook de moeder zelf heeft vooruitgang geboekt in haar opvoedvaardigheden en de thuissituatie is stabieler. De moeder ervaart de ondertoezichtstelling als een druk en vindt de termijn van één jaar te lang.
De GI betoogt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft vanwege hechtingsproblematiek, sociale angst en loyaliteitsconflicten bij de minderjarige, die pas recent thuis is geplaatst. De moeder heeft in het verleden een wisselende houding ten opzichte van hulpverlening gehad, waardoor het gedwongen kader nog steeds nodig is. Ook de overgang naar een nieuwe school en het herstel van contact met de vader vereisen voortdurende begeleiding.
Het hof oordeelt dat ondanks de positieve ontwikkelingen de ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds bestaat. De verlenging van de ondertoezichtstelling is daarom gerechtvaardigd en wordt bekrachtigd. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 23 juni 2023 is bekrachtigd.