ECLI:NL:GHSHE:2022:2993
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in fiscale fraudezaak
In deze fiscale fraudezaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant vernietigd betreffende de ontnemingsvordering tegen betrokkene. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €753.704 en een betalingsverplichting van €325.555 opgelegd aan betrokkene. Het hof oordeelt dat het voordeel primair is toegevallen aan de besloten vennootschap van betrokkene, die valselijk facturen heeft opgemaakt en betaald gekregen van een stichting.
Betrokkene was bestuurder en enig aandeelhouder van de vennootschap en heeft salaris genoten, maar het hof acht onvoldoende aannemelijk dat hij het voordeel rechtstreeks heeft genoten. De valsheid in geschrift betrof het kunstmatig ophogen van factuurbedragen over de periode 2008-2012. Het hof stelt vast dat het voordeel aan de vennootschap toekomt en wijst daarom de vordering tot ontneming jegens betrokkene af.
De strafrechtelijke hoofdzaak leidde tot een taakstraf en ontzetting van het recht tot bestuur. Het hof benadrukt het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel en dat het voordeel moet worden vastgesteld naar wat betrokkene daadwerkelijk heeft genoten. De vordering tot ontneming wordt daarom afgewezen, maar het voordeel zal worden ontnomen bij de vennootschap.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel jegens betrokkene wordt afgewezen en het voordeel wordt toegekend aan zijn vennootschap.