Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2022:3037

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 augustus 2022
Publicatiedatum
31 augustus 2022
Zaaknummer
000703-22
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12a SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 12 SrArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis wegens export harddrugs

De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank die de voorlopige hechtenis van verdachte schorste in een zaak over de voorbereiding van export van 10 kilo cocaïne in 2020. De rechtbank motiveerde de schorsing met het zwaarder wegen van persoonlijke belangen van verdachte boven het strafvorderlijk belang en het terugbrengen van het gevaar voor herhaling tot een aanvaardbaar niveau. Tevens oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van een geschokte rechtsorde.

De officier van justitie tekende hoger beroep aan tegen deze schorsing vanwege onvoldoende motivering. Het hof stelde vast dat de rechtbank niet duidelijk had gemaakt welke persoonlijke omstandigheden tot de schorsing leidden en onvoldoende had toegelicht of er sprake was van bijzondere omstandigheden die een geschokte rechtsorde uitsluiten. Het hof overwoog dat bij export van harddrugs in beginsel sprake is van een geschokte rechtsorde, tenzij bijzondere omstandigheden anders doen besluiten.

Het hof concludeerde dat er weliswaar sprake is van een geschokte rechtsorde, maar dat deze niet van zodanige omvang is dat schorsing uitgesloten is, mede gezien de relatief geringe hoeveelheid drugs en de persoonlijke belangen van verdachte. Verdachte is eerder veroordeeld en heeft een transactie voldaan, maar is sinds 2020 niet meer in justitiecontact. Het hof achtte de voorwaarden verbonden aan de schorsing voldoende om het gevaar voor herhaling te beperken.

Het hoger beroep wordt toegewezen voor het motiveringsgebrek, waarbij het hof de 12-jaarsgrond en geschokte rechtsorde toevoegt aan de gronden voor voorlopige hechtenis. Voor het overige wordt het beroep afgewezen en wordt de beschikking van de rechtbank bevestigd met verbeterde motivering.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep toe wegens gebrekkige motivering, voegt de 12-jaarsgrond en geschokte rechtsorde toe, en bevestigt de schorsing onder voorwaarden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Raadkamerappelnummer: AVNR. 000703-22
Parketnummer 1e aanleg: [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank [plaats] van [datum], waarbij door de officier van justitie in de zaak tegen:

[verdachte]

[geboortedatum en plaats]
[adres]
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank [plaats] van [datum], bij welke beschikking het verzoek tot schorsing van de aan [verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd bevolen.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.S. van der Biezen.
Uit het dossier blijkt dat jegens verdachte ernstige bezwaren bestaan terzake overtreding van de Opiumwet, meermalen gepleegd in 2020.
Er is tevens gevaar voor herhaling.
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis geschorst aangezien de rechtbank van oordeel was dat de persoonlijke belangen van de verdachte zwaarder wegen dan het strafvorderlijk belang en voorts dat het gevaar voor herhaling kan worden teruggebracht tot op een voor de samenleving aanvaardbaar niveau door het stellen van voorwaarden aan een schorsing van de voorlopige hechtenis.
Tevens heeft de rechtbank beslist dat er geen sprake is van een geschokte rechtsorde.
Tegen de schorsing van de voorlopige hechtenis is door de officier van justitie hoger beroep aangetekend.
Het hof is met de officier van justitie van oordeel dat de beschikking tot schorsing van de voorlopige hechtenis ontoereikend is gemotiveerd nu de beschikking geen inzicht geeft over de afweging die de rechtbank heeft gemaakt die heeft geleid tot die schorsing. Meer in het bijzonder is niet duidelijk wat de persoonlijke omstandigheden zijn van verdachte die (mede) tot de schorsing hebben geleid.
Voorts is het hof van oordeel dat in geval van export van harddrugs er in beginsel sprake is van een geschokte rechtsorde, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel dienen te leiden. De rechtbank heeft in haar beslissing onvoldoende duidelijk gemaakt of er sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden en zo ja welke bijzondere omstandigheden tot de conclusie moeten leiden dat er geen sprake is van een geschokte rechtsorde.
Dat betekent naar het oordeel van het hof dat de beschikking onvoldoende naar de eisen van de wet is gemotiveerd.
In zoverre zal het hof het beroep toewijzen.
Voorts overweegt het hof als volgt.
Bij (voorbereiding van) export van harddrugs is er sprake van een strafbaar feit waar naar de wettelijke omschrijving 12 jaar of meer gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Het hof heeft eerder gesteld dat in geval van export van harddrugs de schok van de rechtsorde niet snel verdampt. Het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak, waarin het gaat om de voorbereiding van de export van 10 kilo cocaïne, welke strafbare feiten in 2020 in georganiseerd verband zouden zijn gepleegd, ook thans nog sprake is van een geschokte rechtsorde nu het in ons land en in het buitenland niet te begrijpen is en ook niet geaccepteerd wordt, dat degene die zich waarschijnlijk aan deze feiten schuldig heeft gemaakt, niet onverwijld in voorarrest wordt genomen. Dat neemt overigens niet weg dat er redenen kunnen zijn om de voorlopige hechtenis te schorsen. Naarmate er immers sprake is van een minder ernstig geschokte rechtsorde, kunnen er minder zware eisen worden gesteld aan de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De verdachte heeft in beginsel het recht zijn berechting in vrijheid af te wachten. Dat kan anders zijn wanneer, zoals in de onderhavige zaak, er sprake is van gevaar voor herhaling en van een geschokte rechtsorde. In dit geval zal de rechter, zo nodig ambtshalve, dienen na te gaan of niet ook op andere, voor de verdachte minder bezwarende wijze, tegemoet kan worden gekomen aan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis.
Het hof is van oordeel dat er weliswaar sprake is van een geschokte rechtsorde maar tevens dat deze schok niet van zodanige omvang is, gelet op de relatief geringe hoeveelheden harddrugs, dat schorsing niet tot de mogelijkheden behoort. De verdachte heeft als ondernemer belang bij schorsing en zoals gesteld in beginsel het recht zijn berechting in vrijheid af te wachten.
Daarmee is vervolgens de vraag aan de orde of het gevaar voor herhaling kan worden teruggebracht tot op een voor de samenleving aanvaardbaar niveau.
Verdachte is eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk wegens overtreding van de Opiumwet, en hij heeft een transactie voldaan voor witwassen. Daar staat tegenover dat voorover bekend, sedert 2020, het jaar waar in de feiten die verdachte worden verweten zouden zijn gepleegd, er geen justitie contact meer heeft plaatsgevonden.
Voorts overweegt het hof dat verdachte, alhoewel geen first offender, voor de eerste maal gedetineerd was en in het algemeen kan worden aangenomen dat detentie een mitigerende werking heeft op het gevaar voor herhaling. Het hof heeft hierbij voorts acht geslagen op de nog relatief jeugdige leeftijd van de verdachte. Feiten of omstandigheden die thans tot een ander oordeel zouden moeten leiden zijn niet gesteld, noch is het hof anderszins van het bestaan gebleken.
Het hof is van oordeel dat met de aan de schorsing verbonden voorwaarden de kans op herhaling kan worden teruggebracht tot op een voor de samenleving aanvaardbaar niveau. Daarbij heeft het hof zich ervan vergewist dat de verdachte zich ervan bewust is dat bij niet naleving van een of meer van de aan de schorsing verbonden voorwaarden, de voorlopige hechtenis kan en zal herleven door middel van het opheffen van de schorsing.
Alles overziend wijst het hof het beroep toe voor over het beroep gericht is tegen de gebrekkige motivering van de beschikking waarvan beroep, voegt toe aan de gevangenhouding de 12 jaarsgrond en de geschokte rechtsorde en wijst het beroep voor het overige af.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst toe het hoger beroep voor wat betreft het motiveringsgebrek.
Wijst af het hoger beroep voor het overige.
Bevestigt de beschikking waarvan beroep, met verbetering van gronden zoals hiervoor in de overwegingen is opgenomen.
Aldus gedaan op 18 augustus 2022
door mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen, voorzitter, mr. J.P.F. Rijken en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid S. Dijkstra, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 18 augustus 2022
Gezien d.d.
De directeur van