Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 13 december 2021, waarin het gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen werd beëindigd en het gezag aan de moeder werd toegekend. De vader, verzoeker in hoger beroep, wilde het gezamenlijk gezag behouden en stelde dat met passende hulpverlening verbetering mogelijk was.
Tijdens de procedure bleek dat de ouders sinds medio 2016 geen affectieve relatie meer hebben en dat de communicatie en verstandhouding ernstig en langdurig verstoord zijn. De vader heeft sinds 2018 nauwelijks contact met de kinderen gehad en heeft geen toestemming verleend voor belangrijke beslissingen, waardoor de moeder vervangende toestemming moest aanvragen. Incidenten en escalaties in het bijzijn van de kinderen, waaronder een achtervolging en klemrijden door de vader, hebben geleid tot betrokkenheid van Veilig Thuis en het Centrum voor Maatschappelijke Deelname.
Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is vanwege het onaanvaardbare risico dat zij klem raken tussen de ouders. Het hof ziet geen noodzaak voor een aanvullend raadsonderzoek en bekrachtigt de eerdere beschikking. De beslissing staat los van het recht op omgang; de moeder staat open voor omgang onder begeleiding en de vader heeft aangegeven het omgangshuis te willen inschakelen.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het besluit om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag over de twee kinderen aan de moeder toe te wijzen.