ECLI:NL:GHSHE:2022:3076

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 juli 2022
Publicatiedatum
6 september 2022
Zaaknummer
20-001717-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van grieven

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 mei 2018. De advocaat-generaal had gevorderd het vonnis te vernietigen en verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van drie maanden, alsmede toewijzing van een schadevergoeding van €1.911,42 aan de benadeelde partij.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep bleek dat verdachte geen schriftelijke grieven had ingediend en ook mondeling geen bezwaren tegen het vonnis had opgeworpen. Het hof oordeelde daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Er was geen aanleiding om de strafzaak alsnog inhoudelijk te onderzoeken.

De beslissing werd op 22 juli 2022 uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof, waarbij de voorzitter en twee raadsheren aanwezig waren. Een van de raadsheren was niet in staat het arrest mede te ondertekenen. Het hoger beroep werd formeel niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001717-18
Uitspraak : 22 juli 2022
VERSTEK DNIP

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 7 mei 2018, parketnummer 02-024049-17 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf met parketnummer 02-705046-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.
Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 1.911,42, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en dat het hof de benadeelde partij voor het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk zal verklaren.
Tot slot heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf zal afwijzen.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat het door verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling (of via een gemachtigd advocaat) bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. W.F. Koolen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Tatters, griffier,
en op 22 juli 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. A.J. Henzen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.