ECLI:NL:GHSHE:2022:3115
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten mantelzorger binnen beschermingsbewind
In deze zaak stond centraal het geschil over het budgetplan dat door de bewindvoerder was opgesteld voor de uitgaven ten behoeve van de rechthebbende, die onder beschermingsbewind staat. De verzoeker, zoon van de rechthebbende en mantelzorger, vorderde vergoeding van zijn reiskosten en andere regelmatige kosten die hij maakte in het kader van de zorg voor zijn moeder. Hij stelde dat het budgetplan van de bewindvoerder onvoldoende rekening hield met de gebruikelijke levensstandaard en zorgbehoefte van de rechthebbende.
De kantonrechter had eerder bepaald dat de budgetplannen van de bewindvoerder als grondslag mogen dienen voor de uitgaven en had de klachten van de verzoeker ongegrond verklaard. Het hof bevestigde deze beslissing en overwoog dat het beheer van de onder bewind staande goederen toekomt aan de bewindvoerder en dat geschillen over beheershandelingen niet aan de rechter kunnen worden voorgelegd, omdat de wetgever dit niet wenselijk achtte in het kader van beschermingsbewind.
Het hof wees erop dat alleen klachten over communicatie of andere niet-beheershandelingen via een klachtprocedure kunnen worden behandeld, maar niet over het budgetplan zelf. Ook een derde zoals de verzoeker kan zich niet rechtstreeks tot de rechter wenden over beschikkingshandelingen, die alleen door de rechthebbende zelf kunnen worden aangevochten. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de bestreden beschikking bleef in stand.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt dat het budgetplan van de bewindvoerder als grondslag voor uitgaven geldt.