Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant waarin verdachte werd veroordeeld voor vier feiten van diefstal en één feit van schuldheling. De politierechter had een gevangenisstraf van acht weken opgelegd, met aftrek van het voorarrest.
Het hof bevestigde het bewezenverklaren van de feiten en de kwalificaties, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen. Na beoordeling van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn zwakbegaafdheid, ADHD, autistiforme kenmerken, cocaïneverslaving en positieve ontwikkelingen zoals werk en huisvesting, legde het hof een gevangenisstraf van 56 dagen op, met aftrek van het voorarrest.
De vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere straffen werden door het hof niet-ontvankelijk verklaard omdat deze straffen reeds waren uitgevoerd. De schadevergoeding van €325,00 aan de benadeelde partij werd bevestigd. Het arrest werd uitgesproken op 20 september 2022 door het hof, waarbij de straf en vorderingen werden aangepast en het overige vonnis bevestigd.