ECLI:NL:GHSHE:2022:3359

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
30 september 2022
Publicatiedatum
4 oktober 2022
Zaaknummer
20-001210-21 (TA)
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest met verwijzing voor getuigenverhoor in hoger beroep geweldszaak

In deze strafzaak is de verdachte in eerste aanleg veroordeeld voor openlijk in vereniging geweld plegen met lichamelijk letsel, en kreeg een taakstraf opgelegd. De verdachte ging in hoger beroep en voerde onder meer noodweer en noodweerexces aan als verweren. Tijdens het hoger beroep bleek het onderzoek niet volledig, mede door nieuwe schriftelijke getuigenverklaringen van twee getuigen die het incident beschrijven en racistische opmerkingen signaleren.

Het hof besloot het onderzoek te heropenen en de getuigen, inclusief een vriendin van een getuige, te laten horen door de raadsheer-commissaris. Tevens werd de verdachte opgedragen binnen 14 dagen de personalia van de vriendin en de adressen van de getuigen te verstrekken. De zaak wordt geschorst tot een nader te bepalen zitting, waarbij de strafzaak gelijktijdig maar niet gevoegd zal worden behandeld met die van de medeverdachte.

Het hof bevestigde de vordering van de advocaat-generaal tot bevestiging van het vonnis, maar achtte het noodzakelijk nader onderzoek te doen naar de verklaringen die steun bieden aan het verweer van de verdachte. Het tussenarrest is uitgesproken op 30 september 2022 door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het hof heropent het onderzoek en beveelt het horen van getuigen door de raadsheer-commissaris, waarna de zaak wordt geschorst tot een nader te bepalen zitting.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001210-21
Uitspraak : 30 september 2022
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 30 april 2021 in de strafzaak met parketnummer 01-040407-21 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2000,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard en gekwalificeerd als ‘openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem bij verstek veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Voorts heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 700,00 en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Ten slotte is ten behoeve van het slachtoffer de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Daarnaast heeft de advocaat-generaal een voorwaardelijk verzoek gedaan, inhoudende het horen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en diens vriendin door de raadsheer-commissaris.
De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit. Subsidiair is bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken omdat hem een beroep op noodweer toekomt, dan wel dat hij zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hem een beroep op noodweerexces toekomt. Voorts heeft de raadsman een straftoemetingsverweer gevoerd. Met betrekking tot de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij heeft de raadsman geconcludeerd dat de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Ten slotte heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] door de raadsheer-commissaris.
Heropening van het onderzoek
Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken, dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep niet volledig is geweest.
Het hof stelt vast dat de raadsman van de verdachte op de terechtzitting van 16 september 2022 een tweetal schriftelijke getuigenverklaringen heeft overgelegd aan het hof van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Beide getuigen verklaren over het incident waar de verdachte bij betrokken was.
Getuige [getuige 1] verklaart onder andere dat de verdachte de medeverdachte en de Nederlandse man
(het hof begrijpt [benadeelde] )uit elkaar haalde. Daarnaast verklaart de getuige dat de buren zich met het incident gingen bemoeien en racistische opmerkingen hebben geuit richting de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] .
Getuige [getuige 2] verklaart onder andere dat hij samen met een vriendin aan het wandelen was toen hij het incident zag gebeuren. Hij zou gezien hebben dat een man
(het hof begrijpt [benadeelde] )de medeverdachte heeft geslagen, waarna de medeverdachte uit zelfverdediging zou hebben teruggeslagen. Ook verklaart hij dat de verdachte heeft geprobeerd de man en de medeverdachte uit elkaar te halen. Evenals getuige [getuige 1] verklaart hij dat de buren racistische opmerkingen hebben geuit richting de verdachte en de medeverdachte.
De advocaat-generaal heeft op de terechtzitting van 16 september 2022 het voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van beide getuigen door de raadsheer-commissaris, alsook de vriendin van getuige [getuige 2] , indien deze verklaringen voor het hof aanleiding vormen om te twijfelen over een bewezenverklaring. Daarbij heeft de advocaat-generaal opgemerkt dat de opmaak van de getuigenverklaringen identiek lijken te zijn.
De raadsman van de verdachte heeft op de terechtzitting het voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de getuigenverklaringen steun geven aan de verklaringen van de verdachte en de medeverdachte. Om die reden kunnen de getuigenverklaringen niet terzijde worden geschoven zonder de getuigen daar eerst over te doen horen, aldus de raadsman.
Het hof zal, gelet op beide verzoeken, deze verzoeken toewijzen zodat [getuige 1] , [getuige 2] , alsook de genoemde vriendin van die [getuige 2] , als getuige worden gehoord. Derhalve zal het hof het onderzoek ter terechtzitting heropenen en de stukken in handen van de raadsheer-commissaris stellen, om deze getuigen te doen horen.

BESLISSING

Het hof:

heropent het onderzoek ter terechtzitting:

schorsthet onderzoek, ter fine als voormeld, voor
onbepaalde tijdtot een nadere terechtzitting van de derde meervoudige strafkamer van dit gerechtshof (verwachte behandelduur: 60 minuten);
steltde stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, teneinde de navolgende personen als getuige te horen:
  • [getuige 1] , geboren op [geboortedag 2] 1964;
  • [getuige 2] , geboren op [geboortedag 3] 2002 te [geboorteplaats 2] ;
  • de in de verklaring van [getuige 2] genoemde vriendin;
geeft opdrachtaan de
verdachteom binnen 14 dagen, te weten uiterlijk op 14 oktober 2022, de personalia van de vriendin van [getuige 2] en de adressen van voornoemde (drie) getuigen kenbaar te maken aan het kabinet van de raadsheer-commissaris;
beveeltdat deze strafzaak tegen de verdachte op de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting gelijktijdig, doch niet gevoegd, zal worden aangebracht met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] onder parketnummer 20-001211-21;
beveeltde
oproepingvan de
verdachtetegen de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting;
beveeltde
kennisgevingvan de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting aan de
raadsmanvan de verdachte;
beveeltde
kennisgevingvan de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting aan de
benadeelde partij[benadeelde] .
Aldus gewezen door:
mr. S. Taalman, voorzitter,
mr. J. Platschorre en mr. A.H. Klip, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. van Abeelen, griffier,
en op 30 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Klip voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.