In hoger beroep heeft het gerechtshof het vonnis van de politierechter vernietigd wegens onvoldoende motivering. De verdachte werd beschuldigd van diefstal van diverse goederen in februari 2020 en van het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine in april 2020.
De diefstal werd niet wettig en overtuigend bewezen omdat de herkenning op camerabeelden onvoldoende betrouwbaar was. De verdachte ontkende betrokkenheid en verwees naar een ander als dader. Het hof sprak hem daarom vrij van de diefstal.
Voor het bezit van amfetamine achtte het hof bewezen dat de verdachte op 25 april 2020 te Heerlen 8,6 gram bruto amfetamine bij zich had. De indicatieve testen waren niet doorslaggevend voor andere stoffen, maar de bekennende verklaring en overige omstandigheden ondersteunden de bewezenverklaring.
Het hof hield rekening met het justitiële verleden van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het niet meewerken aan reclasseringsrapporten en sociale problemen. De straf werd vastgesteld op een geldboete van €750, met een vervangende hechtenis van 15 dagen bij niet-betaling.
Het arrest werd gewezen door mr. S. Taalman, mr. J. Platschorre en mr. A.H. Klip op 30 september 2022, waarbij mr. Klip het arrest niet medeondertekende wegens afwezigheid.