Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte]
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 26 september 2019 om 18:30 uur, pagina’s 3 t/m 5, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [slachtoffer] :
2. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 september 2019 om 18:30 uur, pagina’s 6 en 7, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [getuige 1] :
3. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 september 2019 om 18:45 uur, pagina’s 8 en 9, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [getuige 2] :
4. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 september 2019 om 19:01 uur, pagina 10 (blad 1) en de daaropvolgende niet genummerde pagina (blad 2), voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van [getuige 3] :
de daaropvolgende niet genummerde pagina/blad 2)
5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 september 2019, pagina’s 17 t/m 19, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als verklaring van de verdachte:
mishandeling.
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis;
30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
15 (vijftien) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
€ 375,00 (driehonderdvijfenzeventig euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 september 2019 tot aan de dag der voldoening;
€ 24,25 (vierentwintig euro en vijfentwintig cent);
€ 375,00 (driehonderdvijfenzeventig euro), bestaande uit immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat
gijzeling voor de duur van ten hoogste 7 (zeven) dagenkan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.