Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 4 februari 2021, waarin verdachte was veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Het hof vernietigde het vonnis en kwam tot een andere bewezenverklaring, waarbij verdachte werd veroordeeld voor het uiten van bedreigende woorden richting het slachtoffer op 27 juli 2020 te Cromvoirt.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van het slachtoffer en een getuige die het incident bevestigden. De verdediging voerde aan dat de getuigenverklaring niet objectief was, maar het hof oordeelde dat er geen reden was om aan de betrouwbaarheid te twijfelen. Het hof achtte de bedreiging van dien aard dat bij het slachtoffer de redelijke vrees kon ontstaan voor het verlies van zijn leven of zware mishandeling.
Het hof stelde vast dat verdachte strafbaar was en dat er geen strafuitsluitingsgronden waren. Gezien de ernst van het feit, het omvangrijke maar niet vergelijkbare justitiële verleden van verdachte en zijn gewijzigde levenshouding, legde het hof een voorwaardelijke geldboete van €600 op met een proeftijd van twee jaar. De eerder opgelegde strafbeschikking werd vernietigd en de tijd in voorarrest werd in mindering gebracht op de geldboete.