ECLI:NL:GHSHE:2022:3636
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-handhaven bezwaren tegen bewezenverklaring diefstal met geweld
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, en een gedeeltelijke schadevergoeding toegewezen aan de benadeelde partij.
Verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis, waaronder ook tegen de vrijspraak van een tweede tenlastelegging. Het hof oordeelde dat hoger beroep tegen een vrijspraak niet mogelijk is en verklaarde dat deel niet-ontvankelijk. Vervolgens bleek tijdens de terechtzitting dat verdachte de bezwaren tegen het bewezenverklaarde feit niet langer handhaafde.
Gezien het ontbreken van een belang bij voortzetting van het hoger beroep verklaarde het hof het gehele hoger beroep niet-ontvankelijk. Hiermee blijft het vonnis van de rechtbank in stand, inclusief de straf en de schadevergoedingsmaatregel.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk wegens het niet-handhaven van bezwaren tegen het bewezenverklaarde feit.