Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg en de parallel gevoerde procedure
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- een herstelexploot van [appellant] van 28 december 2020;
- de memorie van grieven van [appellant] van 25 mei 2021 met drie producties en een eiswijziging;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] van 6 juli 2021 in het principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep, met twee producties;
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep van [appellant] van 26 oktober 2021 met één productie.
3.De beoordeling
MITSDIEN”. Aan deze vordering heeft [geïntimeerde] , kort samengevat, ten grondslag gelegd dat zij op 3 juni 2016 een overeenkomst van geldlening is aangegaan voor een bedrag van € 87.500,= tegen een jaarlijks verschuldigde rente van 4% over de hoofdsom. Op basis van dezelfde condities zijn daarna volgens [geïntimeerde] nog meer bedragen aan [appellant] geleend, bestemd voor de aankoop van de handelsvoorraad van [appellant] . Per saldo bedroeg het op grond van deze leningen verschuldigde bedrag € 135.872,30, een en ander als gespecificeerd achter randnummer 3.3 van de inleidende dagvaarding. In de leningovereenkomst is opgenomen dat de lening opeisbaar wordt wanneer ofwel de rente niet tijdig wordt voldaan, ofwel [appellant] zijn bedrijf (grotendeels) staakt. Aan beide voorwaarden is voldaan, zodat de lening ineens en volledig opeisbaar is geworden. Om betaling te verkrijgen heeft [geïntimeerde] incassokosten moeten maken die zij begroot op € 2.400,30.
€ 2.000,= +
- 13-10-15 storting op bank € 2.000,=;
- 26-10-15 storting op bank € 1.000,=;
- 28-11-16 storting bank € 1.500,=;
- 06-03-17 storting € 1.000,=;
- 20-03-17 storting op bank € 3.000,=;
- 27-03-17 storting op bank € 3.000,=;
- 20-06-17 kasstorting naar bank
4.De uitspraak
- eerste aanleg conventie: € 98,01 aan dagvaardingskosten, € 1.599,= aan griffierecht en op € 7.080,= aan salaris advocaat;
- eerste aanleg reconventie: € 1.261,75 aan salaris advocaat;
- voor het hoger beroep: € 760,= aan griffierecht en € 4.917,= aan salaris advocaat, waarvan € 3.278,= in het principaal hoger beroep en € 1.639,= in het incidenteel hoger beroep;