Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/400619 /KG ZA 22-401)
2.Het geding in hoger beroep
- de memorie van antwoord met producties;
- het H16-formulier, houdende wijziging van eis van de advocaat van de vrouw
- het H12-formulier met bijlage (proces-verbaal eerste aanleg van 30 augustus 2022) van de advocaat van de vrouw d.d. 3 oktober 2022;
- het emailbericht met bijlage (vonnis d.d. 3 oktober 2022) van de advocaat van de man d.d. 3 oktober 2022;
- het H12-formulier met bijlage (productie 11) van de advocaat van de vrouw d.d.
Verder is in zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) [persoon A] namens de Raad voor de Kinderbescherming verschenen, hierna te noemen: de raad.
3.De beoordeling
- [zoon 1] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [zoon 1] ;
- [zoon 2] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [zoon 2] , hierna gezamenlijk ook te noemen: de jongens of de broertjes.
- te bepalen dat [de minderjarige] , feitelijk wordt toevertrouwd aan de vrouw en dat zij bij de vrouw kan wonen en verblijven te [plaats], althans toestemming te krijgen om met [de minderjarige] te [plaats] te verblijven;
- vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] aan te melden of te doen inschrijven op het speciaal [basisschool 2]’ te [plaats].
- te bepalen dat [de minderjarige] voorlopig feitelijk aan de vrouw wordt toevertrouwd en dat zij bij de vrouw kan wonen en verblijven te [plaats], althans voorlopig vervangende toestemming te verlenen om te mogen verhuizen naar [plaats];
- aan de vrouw voorlopig vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] in te schrijven op het speciaal [basisschool 2] te [plaats].