Uitspraak
GERECHSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen en hebben gezamenlijk gezag. De man verzocht de rechtbank om verlaging van de kinderalimentatie na de geboorte van zijn derde kind uit een nieuwe relatie. De rechtbank wees dit verzoek af, wat de man in hoger beroep aanvocht.
De vrouw kwam in incidenteel hoger beroep met een verzoek tot verhoging van de alimentatie, maar dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet in eerste aanleg was ingediend. Het hof beoordeelde de draagkracht van de man, waarbij onduidelijkheid bestond over zijn werkelijke inkomen en neveninkomsten. De man gaf onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie, waardoor zijn draagkracht niet kon worden vastgesteld.
Het hof oordeelde dat de bestreden beschikking van de rechtbank terecht was en bekrachtigde deze. De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar incidentele verzoek. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot verlaging van kinderalimentatie en verklaart het incidenteel verzoek tot verhoging niet-ontvankelijk.