ECLI:NL:GHSHE:2022:3737

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 oktober 2022
Publicatiedatum
31 oktober 2022
Zaaknummer
20-002910-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 279 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf voor diefstal met geweld en vluchtpoging

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Limburg, waarin verdachte was veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor diefstal gevolgd door geweld tegen personen met het oogmerk om aan heterdaad te ontkomen.

De verdediging voerde aan dat verdachte geen geweld had gebruikt om de diefstal te vergemakkelijken of om te vluchten, onderbouwd met camerabeelden en de verklaring van verdachte. Het hof oordeelde echter dat de aangifte van de winkelmedewerkers en het proces-verbaal van de camerabeelden een ander beeld schetsen, waarin verdachte zich agressief gedroeg, medewerkers wegduwde en zich losrukte via de schuifdeuren.

Hoewel de stills van de camerabeelden geen volledig bewijs van geweld tonen, oordeelde het hof dat dit niet afdoet aan het bewijs van geweldgebruik. De verklaring van verdachte werd terzijde geschoven. Het hof bevestigde het vonnis en voegde artikel 63 Sr Pro toe als toepasselijke wettelijke bepaling.

Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte tot drie maanden gevangenisstraf wegens diefstal met geweld om aan heterdaad te ontkomen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002910-21
Uitspraak : 26 oktober 2022
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 8 december 2021, in de strafzaak met parketnummer 03-217653-21 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
postadres te [adres] .
Hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van de primair tenlastegelegde ‘diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De verdediging heeft primair vrijspraak van het primair tenlastegelegde bepleit en zich ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met aanvulling van gronden en de toepasselijke wettelijke voorschriften.
Aanvulling van de bewijsoverweging
Door de raadsvrouw is bepleit dat de verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verdachte geen geweld heeft gebruikt om de diefstal gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. De raadsvrouw heeft daarvoor verwezen naar het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de camerabeelden (dossierpagina’s 14-15), de stills van deze camerabeelden (dossierpagina’s 17-21) en de verklaring van de verdachte (dossierpagina’s 9-13). De politie heeft aan de hand van de camerabeelden gerelateerd dat de verdachte geweld heeft toegepast omdat hij er vandoor wilde gaan. Dit is niet terug te zien op de stills van de camerabeelden. Op de stills van de camerabeelden is te zien dat de verdachte door twee personen wordt aangeraakt en hij vervolgens de deur vasthoudt omdat hij zich verzet tegen het geweld dat tegen hem wordt gebruikt. De stills van de camerabeelden passen bij de verklaring van de verdachte dat hij niemand met een vinger heeft aangeraakt en hij slechts aan de medewerkers van de [winkel] heeft gevraagd of zij hem los wilden laten, aldus de raadsvrouw.
Het hof overweegt omtrent dit verweer als volgt.
[aangever] heeft in zijn aangifte (dossierpagina’s 3-4) verklaard dat zijn collega [getuige] een man bij de broodafdeling iets onder zijn shirt zag stoppen en dat hij daarom besloot de man in de gaten te houden. Collega [getuige] waarschuwde aangever [aangever] en samen zijn ze de man tot aan de kassa gevolgd. De man rekende enkel het flesje water af dat hij in zijn winkelmandje had liggen. Aangever [aangever] en zijn collega [getuige] vroegen de man of hij nog wat onder zijn shirt had zitten. De man haalde onder zijn shirt en onder zijn broek een drietal pakjes kaas vandaan. De man probeerde vervolgens in de richting van de uitgang te lopen. Aangever [aangever] en zijn collega [getuige] probeerden dit te voorkomen door voor hem te gaan staan en hem de weg te blokkeren. De verdachte werd agressief en probeerde hen weg te duwen. Hierdoor ontstond een worsteling met duw- en trekwerk. Uiteindelijk wisten ze de man net buiten de winkel te overmeesteren.
De aangifte van [aangever] wordt ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de camerabeelden (dossierpagina’s 17-21). De politie heeft gerelateerd dat op de camerabeelden is te zien dat een medewerker van de [winkel] de verdachte bij de kassa aansprak. Vervolgens probeerde de verdachte zich langs de medewerker van de [winkel] te duwen. De medewerker van de [winkel] moest zich schrap zetten met zijn benen en probeerde de verdachte tegen te houden. De verdachte greep de medewerker van de [winkel] vast bij zijn schouders en de medewerker van de [winkel] greep de verdachte bij zijn shirt. Daarna ontstond er een worsteling. Uiteindelijk heeft de verdachte zich los weten te rukken middels de schuifdeuren van de winkel.
Het hof overweegt dat de verdachte geweld heeft gebruikt om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk. Het hof heeft daarbij gelet op de aangifte en het proces-verbaal van de camerabeelden waaruit blijkt dat de verdachte, nadat hij door de medewerkers van de [winkel] werd aangesproken vanwege de diefstal van drie pakjes kaas, zich langs die medewerkers probeerde te duwen, een medewerker van de [winkel] bij de schouders vastgreep en zich losrukte middels de schuifdeuren van de winkel. Dat op de stills van de camerabeelden niet te zien is dat de verdachte geweld gebruikte om zichzelf de vlucht mogelijk te maken maakt dit niet anders omdat stills geen volledig beeld van de situatie geven. Daarnaast schuift het hof de verklaring van de verdachte dat hij niemand met een vinger heeft aangeraakt en hij slechts aan de medewerkers van de [winkel] heeft gevraagd of zij hem los wilde laten terzijde aangezien uit de aangifte en het proces-verbaal van de camerabeelden wel degelijk een heel ander beeld naar voren komt.
Het hof verwerpt het verweer van de raadsvrouw.
Aanvulling van de toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof vult de toepasselijke wettelijke voorschriften aan met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. M.L.P. van Cruchten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. C.E.C.N. Schlüter, griffier,
en op 26 oktober 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.