ECLI:NL:GHSHE:2022:3784
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen tegen beslissing voorlopige hechtenis wegens belaging en medeplegen dwang
Verdachte is in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank om zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af te wijzen. Het hof constateert een overschrijding van 18 dagen bij de behandeling van het hoger beroep, veroorzaakt door het laat aanleveren van het dossier door de rechtbank, maar oordeelt dat deze overschrijding niet ernstig is gezien de duur van de voorlopige hechtenis van 90 dagen na 6 september.
Verdachte wordt verweten medeplegen van belaging en subsidiair medeplegen van dwang. Hij heeft schuld bekend en handelt vanuit een culturele overtuiging. Het dossier bevat ernstige bezwaren en er is een hoog risico op herhaling, onderbouwd door rapporten van de reclassering en Pro Justitia.
De verdediging voerde aan dat de voorlopige hechtenis opgeheven moet worden wegens schending van het recht op een effectieve rechtsmiddel en op grond van artikel 67a lid 3 Sv, omdat de voorlopige hechtenis langer duurt dan de verwachte straf. Het hof oordeelt dat de situatie van artikel 67a lid 3 Sv niet van toepassing is vanwege de kans op oplegging van tbs en de noodzaak van langdurige klinische behandeling.
Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt eveneens afgewezen omdat het hof geen voorwaarden ziet om het risico op herhaling voldoende te beperken. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beslissing van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de beslissing om de voorlopige hechtenis te handhaven.