De moeder vordert in hoger beroep dat de omgang tussen de vader en de minderjarige alleen begeleid plaatsvindt, uit zorg voor de veiligheid van het kind en vanwege het gebrek aan inzicht in de persoonlijke situatie van de vader. De vader wenst onbegeleide omgang en geeft aan voldoende inzicht te hebben gegeven in zijn situatie, hoewel hij nog nadere informatie kan verschaffen.
De Gecertificeerde Instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming constateren dat de vader onvoldoende inzicht verschaft in zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn woonsituatie, dagbesteding en mogelijke psychische problematiek. Dit leidt tot zorgen die onbegeleide omgang op dit moment niet verantwoord maken.
Het hof overweegt dat de veiligheid van het kind voorop staat en dat de regeling van de rechtbank, waarbij de omgang eenmaal per week vier uur onder regie van de GI plaatsvindt, passend is. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het meer of anders gevorderde af.