Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
primair
subsidiair
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn in 1991 gehuwd en in 2017 gescheiden met een vastgestelde partneralimentatie van €2.936 per maand. De man kwam in hoger beroep tegen een latere beschikking die de alimentatie verhoogde naar €4.610 met terugwerkende kracht, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde voor indexering van de alimentatie.
Het hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte uitging van onjuiste of onvolledige financiële gegevens over 2017 en dat de man niet verplicht was om een hogere alimentatie te betalen over de periode 3 oktober 2017 tot 1 juni 2020. De vrouw werd veroordeeld tot terugbetaling van het te veel ontvangen bedrag van ruim €50.000.
Voor de periode vanaf 1 juni 2020 stelde het hof de alimentatie vast op €497 per maand, rekening houdend met de draagkracht van de man en de behoeftigheid van de vrouw. De vrouw kon meer uren werken, maar had dit onvoldoende onderbouwd. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijzigde de partneralimentatie vanaf 1 juni 2020 naar €497 per maand en veroordeelde de vrouw tot terugbetaling van te veel ontvangen alimentatie over de periode 3 oktober 2017 tot 1 juni 2020.