Uitspraak
- [minderjarige 1] (hierna te noemen: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] (hierna te noemen: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door mr. De Wit;
- de man, bijgestaan door mr. Van den Heuvel;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad 1] .
- de vrouw, bijgestaan door mr. De Wit;
- de man, bijgestaan door mr. Van den Heuvel;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad 2] .
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de man bepaald en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vrouw bepaald;
- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld, inhoudende dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een cyclus van tien dagen steeds vier dagen bij de man verblijven, zulks conform het werkrooster van de man, alsmede gedurende de helft van de vakanties en feestdagen;
- de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna ook: kinderalimentatie) met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand bepaald op een bedrag van € 156,81 per kind per maand;
- het verzoek van de vrouw om een door de man te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud (hierna ook: partneralimentatie) van € 250,- per maand, afgewezen.
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] (grief 1);
- de door de rechtbank vastgestelde regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (grief 2);
- de door de rechtbank vastgestelde kinderalimentatie (grief 3);
- het door de rechtbank afgewezen verzoek van de vrouw om de vaststelling van een door de man aan haar te betalen partneralimentatie (grief 4).
- ook [minderjarige 1] haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] eenmaal in de veertien dagen een weekend bij de man verblijven, alsmede gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen;
- de man aan de vrouw een bedrag van € 245,33 per kind per maand dient te betalen aan kinderalimentatie, althans een zodanig bedrag met een zodanige ingangsdatum als het hof juist acht;
- de man aan de vrouw met ingang van 23 december 2019, dan wel 17 juni 2021, dan wel met ingang van de datum van de indiening van het beroepschrift een bedrag van € 342,- per maand aan partneralimentatie dient te betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.