ECLI:NL:GHSHE:2022:3849

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
4 november 2022
Publicatiedatum
8 november 2022
Zaaknummer
20-001315-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken procesbelang in diefstalzaak

In deze strafzaak was verdachte in eerste aanleg vrijgesproken van het primaire feit, maar veroordeeld voor diefstal met valse sleutels tot een taakstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen hechtenis, en een schadevergoedingsmaatregel van €29.675,73 ten behoeve van het slachtoffer.

Namens verdachte werd hoger beroep ingesteld, voornamelijk gericht op de betalingsverplichting. Tijdens de procedure gaf de raadsman aan dat het hoger beroep zou worden ingetrokken omdat het procesbelang was komen te vervallen. De advocaat-generaal verzette zich niet tegen een afdoening op grond van artikel 416 lid 2 Sv Pro.

Het hof heeft daarop besloten het hoger beroep niet inhoudelijk te behandelen en de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang. De zaak werd op 4 november 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001315-21
Uitspraak : 4 november 2022

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zitting houdende te Breda, van 6 mei 2021, in de strafzaak met parketnummer 02-123605-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1956,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ten aanzien van het primaire feit vrijgesproken en het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en haar veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis. De benadeelde partij is in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Aan de verdachte is de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, inhoudende de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van € 29.675,73 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] opgelegd, waarbij 183 dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling
noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep nu er geen grieven meer zijn.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Namens de verdachte is bij akte van 18 mei 2021, middels een daartoe strekkende machtiging, hoger beroep ingesteld. Op de terechtzitting van het hof d.d. 5 juli 2022 heeft de raadsman van de verdachte te kennen gegeven dat het de bedoeling is dat het hoger beroep alsnog ingetrokken zal gaan worden, nu het hoger beroep enkel zag op de betalingsverplichting. Bij e-mailbericht van 19 oktober 2022 heeft de raadsman te kennen gegeven dat de verdachte geen procesbelang meer heeft om het hoger beroep door te zetten.
De advocaat-generaal heeft desgevraagd daarop aan het hof te kennen gegeven zich niet te verzetten tegen een afdoening ex artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft de raadsman hierover bericht en medegedeeld dat de zaak niet inhoudelijk aan de orde zal worden gesteld en aanwezigheid van de verdachte en de raadsman derhalve niet langer is vereist. Ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal nogmaals medegedeeld dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat de zaak niet meer inhoudelijk wordt behandeld.
Nu de verdachte te kennen heeft gegeven dat haar bezwaren tegen het vonnis in eerste aanleg niet langer worden gehandhaafd en het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang noopt tot een nadere behandeling in hoger beroep, zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Mitsdien zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in haar hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,
en op 4 november 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.