ECLI:NL:GHSHE:2022:3932
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet voortzetten van het hoger beroep in mensenhandelzaak
De verdachte werd door de rechtbank Limburg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar voor mensenhandel en vrijgesproken van andere tenlasteleggingen. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Tijdens de procedure gaf de verdachte via zijn advocaat aan het hoger beroep niet te willen voortzetten. Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal gevolgd en het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de inhoudelijke behandeling niet was aangevangen en het belang van de verdachte niet gediend was met verdere behandeling.
De zaak betrof meerdere strafzaken met verschillende tenlasteleggingen, waaronder mensenhandel, diefstal met gebruik van valse sleutels en afpersing. De rechtbank had de verdachte veroordeeld voor mensenhandel en vrijgesproken van andere feiten. Het hoger beroep was ingesteld op 10 augustus 2021 en kende een pro forma zitting op 4 januari 2022. Daarna volgden nog enkele zittingen zonder inhoudelijke behandeling.
Het hof oordeelde dat toepassing van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering passend was om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de verdachte zijn bezwaren tegen het vonnis niet handhaafde en geen ander rechtens te beschermen belang aanwezig was. Het arrest werd op 15 november 2022 uitgesproken door een meervoudige kamer van het hof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard omdat hij het niet wenst voort te zetten.