Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Hyacinth Jacobus Cornelius Coolen q.q. in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van de thans overleden [erflaatster],
wonende te [woonplaats] ,
[appellante 2],
wonende te [woonplaats] ,
[appellante 3],
wonende te [woonplaats] ,
[appellant],
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,thans overleden,
laatstelijk wonende te [woonplaats] ,
Mr. drs. Vinke q.q. in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [geïntimeerde 3] voornoemd,kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,
[geïntimeerde 5] ,wonende te [woonplaats] ,
Mr. Raoul van den Berg Jeths q.q. in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [de moeder] ,kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,
14-128waren de partijen:
14-161waren de partijen:
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaardingen en herstelexploten in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties van [appellanten] ;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde 2] ;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met één productie van [geïntimeerde 3] en de curator;
- de memorie van antwoord met producties van [geïntimeerde 5] ;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep (van [geïntimeerde 3] ) met producties van [appellanten] ;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep (van [geïntimeerde 3] ) van [geïntimeerde 2] ;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep (van [appellanten] ) en incidenteel hoger beroep (van [geïntimeerde 3] ), tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van [geïntimeerde 1] ;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep (van [geïntimeerde 1] ) van [geïntimeerde 2] ;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep (van [geïntimeerde 1] ) met producties van [appellanten] ;
- de brief van 27 januari 2022 van mr. Baetens over de spreektijd tijdens het pleidooi en de nadien door partijen gevoerde correspondentie daarover;
- het H16-formulier van mr. A.H. van Gerwen van 14 februari 2022 waarin zij zich op de rol van 22 februari 2022 onttrekt als procesvertegenwoordiger van de erfgenamen van [geïntimeerde 3] ;
- het pleidooi, waarbij de advocaten van [appellanten] , [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] , de curator en [geïntimeerde 5] ieder eigen pleitnotities hebben overgelegd en [geïntimeerde 1] daarbij zijn eis heeft vermeerderd met rente zoals vermeld in de pleitnotitie van zijn advocaat;
3.De beoordeling
2.Ik legateer, boven en behalve hetgeen zij als erfgename uit mijn nalatenschap zal verkrijgen,aan mijn genoemde echtgenote, [de moeder] , onderneemster, tezamen met mij wonende zoals hierboven vermeld, geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] negentienhonderd een en twintig,het levenslang vruchtgebruik van mijn gehele nalatenschap,
ERFSTELLING
14-128(in conventie):
14-161in conventie:
Volgens de akte ging het zo, dat [geïntimeerde 3](hof: [geïntimeerde 3] )
een aantal activa en passiva overnam en f 21.963,-- moest toebetalen. De kwestie werd vervolgens echter zo niet afgewikkeld. Uit met name de afrekeningen van de notaris blijkt, dat – voor zover hier van belang – [geïntimeerde 3] voor f 421.963,-- bepaalde zaken kocht en deze via de bank financierde. Belastingplichtige(hof: vader)
ontving als koopsom f. 421.963,--, loste daarmee zijn bankschulden af en moest zelfs nog f 26.881,29 toebetalen. Dat toebetalen gebeurde uiteindelijk door [geïntimeerde 3] . waarmee diens schuld aan belastingplichtige ad f 23.500,-- werd gecompenseerd en [geïntimeerde 3] . dus f 26.881,29 -/- f 23.500,-- = f 3.381,29 vordering op belastingplichtige overhield welk bedrag ook werd verrekend.”[geïntimeerde 2] , [geïntimeerde 1] en [appellanten] hebben de inhoud van deze brief niet, althans onvoldoende weersproken.
Volgens [geïntimeerde 3] en de curator was het totaal openstaand bedrag inzake de maandelijkse bedragen aan alleen moeder per 1 oktober 1999 fl. 103.000,- (cva [geïntimeerde 3] en de curator onder 58). Zij hebben ter onderbouwing hiervan verwezen naar schuldbekentenissen van moeder en bijlagen bij haar belastingaangiften van 1999. Zonder nadere toelichting van [geïntimeerde 3] en de curator, die ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat het totaal openstaand bedrag aan ouders op dat moment nog fl. 141.000,- was. Het hof zal daarom uitgaan van een bedrag van in totaal fl. 103.000,-. Vast staat dat moeder op 20 januari 2000 een betaling aan [geïntimeerde 3] heeft gedaan van fl. 48.000,- ter aflossing van de schuld uit de maandelijkse uitkeringen. Dat betekent dat nog een vordering op [geïntimeerde 3] resteert van fl. 55.000,- (€ 24.958,-).
Het saldo behoort volgens [geïntimeerde 3] te worden gecorrigeerd met de onttrekkingen en de stortingen: de door de ouders onttrokken bedragen zullen zij alsnog moeten vergoeden, en de stortingen moeten aan hen worden terugbetaald. Zie mail van [geïntimeerde 3] van 15 juni 2011(…)’. De notaris verwijst aldus naar een mail van [geïntimeerde 3] van 15 juni 2011 waaruit blijkt dat [geïntimeerde 3] zelf schat wat zijn vordering op vader en moeder zou moeten zijn. Deze schatting van [geïntimeerde 3] is niet met stukken onderbouwd. De notaris heeft hierbij aangegeven dat dit bedrag zal worden meegenomen in de boedelbeschrijving, maar heeft hierbij ook aangegeven dat wanneer de andere deelgenoten het daar niet mee eens zijn een accountant daar naar moet kijken. Het hof is van oordeel dat nu de deelgenoten het niet met deze vordering eens zijn en niet gebleken is dat een accountant hiernaar heeft gekeken, deze vordering van [geïntimeerde 3] niet vaststaat. Bewijslevering is niet aan de orde. Het hof zal dan ook met deze vordering geen rekening houden.
Met betrekking van de bruiloftsgift is het hof van oordeel dat deze niet behoeft te worden ingebracht op grond van artikel 4:1143 lid Pro 6 (oud) BW.
€ 4.001,-(€ 2.269,- inclusief € 1.732,- rente)
[geïntimeerde 1]ontvangt € 63.179,- (€ 96.283,- minus giften € 4.001,- en € 29.103,-) uit de nalatenschappen;
[erflaatster]ontvangt in beginsel € 92.282,- (€ 96.283,- minus gift € 4.001,-). Met dit bedrag wordt verrekend het bedrag dat zij al heeft ontvangen, zijnde € 116.634,- (€ 83.133,- vermeerderd met rente ad € 33.501,-), zodat zij € 24.352,- op de boedelrekening moet storten;
[appellante 2]ontvangt in beginsel € 96.283,- welk bedrag wordt verrekend met het bedrag dat zij al heeft ontvangen, zijnde € 116.634,- (€ 83.133,- vermeerderd met rente ad € 33.501) zodat zij € 20.351,- op de boedelrekening moet storten;
[appellante 3]ontvangt in beginsel € 92.282,- (€ 96.283,- minus gift € 4.001,-). Met dit bedrag wordt verrekend het bedrag dat zij al heeft ontvangen, zijnde € 116.634,- (€ 83.133,- vermeerderd met rente ad € 33.501,-), zodat zij € 24.352,- op de boedelrekening moet storten;
[appellant]ontvangt in beginsel € 92.282,- (€ 96.283,- minus gift € 4.001,-). Met dit bedrag wordt verrekend het bedrag dat hij al heeft ontvangen, zijnde € 116.634,- (€ 83.133,- vermeerderd met rente ad € 33.501,-), zodat hij € 24.352,- op de boedelrekening moet storten;
[geïntimeerde 2]ontvangt in beginsel € 92.282,- (€ 96.283,- minus gift € 4.001,-). Met dit bedrag wordt verrekend het bedrag dat hij al heeft ontvangen, zijnde € 56.119,- (€ 40.000 vermeerderd met rente ad € 16.119,-), zodat hij uit de nalatenschappen nog € 36.163,- ontvangt;
[geïntimeerde 3]ontvangt € 92.282,- (€ 96.283,- minus gift € 4.001,-) uit de nalatenschappen;
[geïntimeerde 5]ontvangt € 92.282,- (€ 96.283,- minus gift € 4.001,-) uit de nalatenschappen.