Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8607473 \ CV EXPL 20-3994)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties 1 en 2;
- de memorie van antwoord in principaal appel, houdende grieven in incidenteel appel, met producties 27 en 28;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel met productie 3;
- de mondelinge behandeling op 23 september 2022, waarbij zijdens de Gemeente spreekaantekeningen zijn overgelegd;
- de bij H12 formulier van 12 september 2022 door KempenGlas toegezonden akte overlegging nieuwe productie met productie 4, die zij bij de mondelinge behandeling in het geding heeft gebracht.
- de dagvaarding in hoger beroep tevens memorie van grieven met producties 7 tot en met 9;
- de memorie van antwoord in principaal appel, houdende grieven in incidenteel appel, met productie 27;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel met productie 10;
- de mondelinge behandeling op 23 september 2022, waarbij zijdens de Gemeente en [de B.V.] spreekaantekeningen zijn overgelegd.
3.De beoordeling
Primaironder
4) afgewezen. Deze vordering is door de Gemeente niet in haar petita in hoger beroep vermeld. De Gemeente heeft ook geen grief gericht tegen de afwijzing van deze vordering. In zoverre is het vonnis waarvan beroep dus in hoger beroep niet aan de orde.
mede(cursivering hof) wordt verstaan degene die in eigen naam en voor eigen rekening kabels ten dienste van een dergelijk netwerk aanlegt, instandhoudt en opruimt, leidt niet tot een ander oordeel. Daarmee is immers een uitbreiding van de partijen die kunnen worden aangesproken voor de schade voortvloeiend uit de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels tot stand gebracht. Dat [de B.V.] , naar zij stelt, niet in eigen naam en voor eigen rekening heeft gehandeld omdat zij het glasvezelnetwerk in opdracht van KempenGlas heeft aangelegd, doet aan het voorgaande daarom niet af.
Kamerstukken II2004/05, 29 834, nr. 7, p. 17). De schade die ingevolge artikel 5.7 Tw voor vergoeding in aanmerking komt betreft schade aan de grond en dus aan een onroerende zaak. Deze schade wordt in dit geval (vanwege de aard daarvan) geacht reeds te zijn geleden op het moment van de schade brengende en aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis (lees: de uitvoering van de aanlegwerkzaamheden), aldus de Gemeente.
marktconformekosten van onderhoud.