De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een wijziging van de zorg- en contactregeling die de rechtbank Oost-Brabant had vastgesteld ten aanzien van hun minderjarige kind. De vader wilde een uitgebreidere contactregeling, terwijl de moeder bezwaren had vanwege de weerstand van het kind tegen overnachtingen bij de vader en het gebrek aan inzicht in diens persoonlijke situatie.
Tijdens de mondelinge behandeling was de vader afwezig, hetgeen het hof betreurde. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de contactregeling geleidelijk op te bouwen, te beginnen met één overnachting per maand, met hulpverlening voor de ouders om de communicatie te verbeteren.
Het hof oordeelde dat de zorgregeling verder opgebouwd moet worden, maar stelde een aangepaste regeling vast waarbij het kind om de week in het weekend bij de vader verblijft, met een opbouwfase van overnachtingen. De regeling geldt voor vijf blokken van vier weken, waarna de overnachtingen worden uitgebreid. De verdeling van vakanties en feestdagen blijft ongewijzigd.
Het hof benadrukte het belang van hulpverlening om de onderlinge communicatie tussen ouders te verbeteren en stelde dat de moeder het kind onbelast contact met de vader moet kunnen gunnen, terwijl de vader meer openheid moet geven over zijn persoonlijke omstandigheden. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.