Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak gaat het om het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank die het eenhoofdig gezag aan de vader toekende over vier minderjarige kinderen na hun echtscheiding. De kinderen wonen sinds 2020 bij de vader en waren onder toezicht gesteld tot april 2022. De moeder betwist dat het eenhoofdig gezag in het belang van de kinderen is en wijst op het ontbreken van ernstige contra-indicaties voor gezamenlijk gezag.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn partijen, de gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming gehoord. De minderjarige oudste zoon heeft zijn mening kenbaar gemaakt. De moeder voert aan dat het eenhoofdig gezag de loyaliteitsproblemen van de kinderen versterkt en dat zij buitengesloten wordt, terwijl de vader stelt dat de kinderen rust hebben en geen contact meer willen met de moeder.
De gecertificeerde instelling en de Raad geven aan dat de samenwerking met de moeder problematisch is en dat een borgingsplan is opgesteld voor de omgang. Het hof acht zich onvoldoende voorgelicht om een beslissing te nemen en verzoekt de Raad een onderzoek te doen naar het belang van de kinderen bij het gezag. De zaak wordt zes maanden aangehouden tot 24 mei 2023, waarna partijen kunnen reageren op het rapport en advies van de Raad.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing over het eenhoofdig gezag aan en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek en advies uit te brengen.