Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door mr. Cuijpers;
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Ek;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de zorg- en omgangsregeling voor de minderjarige centraal, waarbij de vader in hoger beroep komt tegen de beschikking van de rechtbank Limburg. De rechtbank had een regeling vastgesteld waarbij de vader wekelijks op maandagmiddag en één keer per maand op vrijdagmiddag contact met het kind had. De vader vordert onder meer uitbreiding van contactmomenten en een aanvullende informatieplicht van de moeder.
Tijdens de mondelinge behandeling is een deel van de geschilpunten tussen partijen opgelost, zoals de verlenging van het contact op maandagmiddag. Het hof overweegt dat een extra doordeweekse contactdag om de week te belastend is voor het kind vanwege de gespannen communicatie tussen ouders en de behoefte aan stabiliteit.
Het hof wijst verzoeken van de vader toe die het belang van het kind dienen, zoals het inhalen van contactmomenten bij ziekte, het instellen van video-belcontacten bij ziekte en verjaardagen, en de informatieplicht van de moeder over de gezondheidstoestand van het kind. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt een nieuwe regeling vast die de zorg- en omgangsregeling duidelijker en in het belang van het kind regelt.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt een nieuwe zorg- en omgangsregeling vast met wekelijkse en maandelijkse contactmomenten, inhaalcontacten bij ziekte en video-belcontacten.