Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2022:4147

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
1 december 2022
Publicatiedatum
1 december 2022
Zaaknummer
20-000699-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 SvArt. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens intrekking door verdachte

De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor meervoudige verduistering tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een taakstraf van 160 uren en een schadevergoeding van €47.722,81 aan de benadeelde partij. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 17 november 2022 gaf de raadsman aan dat de verdachte zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer handhaafde en het hoger beroep wenste in te trekken. De advocaat-generaal stemde hiermee in, ondanks dat de intrekking formeel te laat was. Het hof oordeelde dat er geen belang meer was bij verdere behandeling van het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 1 december 2022. De raadsheren P.T. Gründemann, E.A.A.M. Pfeil en G.J. Schiffers namen het arrest in tegenwoordigheid van griffier N. van der Velden. Mr. Gründemann en mr. Pfeil waren niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

De vordering van de benadeelde partij was in eerste aanleg gedeeltelijk toegewezen, met een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Het hoger beroep richtte zich op de straf en de civiele vordering, maar werd door intrekking van de verdachte niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: Het hoger beroep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000699-21
Uitspraak : 1 december 2022
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 8 maart 2021, in de strafzaak met parketnummer 03-659176-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:
verduistering, meermalen gepleegd,
veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Tevens heeft de rechtbank beslist op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] . De vordering is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van
€ 47.722,81, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2016 tot de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering voor het overige, met verwijzing naar de burgerlijke rechter. De rechtbank heeft voor dit bedrag eveneens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opgelegd, subsidiair 273 dagen gijzeling.
Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis is met ingang van 8 maart 2021 opgeheven.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep op grond van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De raadsman van de verdachte heeft zich bij die vordering aangesloten.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Ter terechtzitting van 17 november 2022 is de zaak uitgeroepen en heeft de behandeling in hoger beroep een aanvang genomen. Nadat het onderzoek ter terechtzitting voor korte duur is onderbroken, heeft de raadsman na hervatting te kennen gegeven dat de verdachte zijn bezwaren tegen het vonnis van de rechtbank niet handhaaft en dat hij zijn hoger beroep in deze zaak wenst in te trekken.
De advocaat-generaal heeft met deze 'intrekking', hoewel deze formeel te laat is, ingestemd.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Nu de verdachte te kennen heeft gegeven dat hij zijn bezwaren tegen het beroepen vonnis niet langer handhaaft en het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een verdere behandeling van het hoger beroep, zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. P.T. Gründemann, voorzitter,
mr. E.A.A.M. Pfeil en mr. G.J. Schiffers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,
en op 1 december 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Gründemann en mr. Pfeil zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.