De verdachte werd door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk in de lucht brengen van een gevaarlijke stof en overtreding van milieuregels, met een geldboete en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in, maar dit gebeurde buiten de wettelijk gestelde termijn van veertien dagen.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep en concludeerde dat het beroep te laat was ingediend. De verdachte voerde aan dat hij een verzoek tot aanhouding van de behandeling had gedaan wegens verhindering, maar dit verzoek was niet correct ingediend vanwege een onvolledig e-mailadres en er was geen reactie ontvangen. Bovendien had de verdachte nagelaten om zelf navraag te doen over de status van zijn verzoek.
Het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was, omdat de verdachte geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die de overschrijding konden rechtvaardigen. Jurisprudentie bevestigt dat een verdachte niet zonder meer mag vertrouwen op het uitstel van een zitting zonder zelf navraag te doen. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.