Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- verzoekster, bijgestaan door mr. Van Aken;
- de zonen van de rechthebbende, [zoon 1] en [zoon 2] , bijgestaan door mr. Van Acker.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Verzoekster heeft bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend om haar vader onder bewind te stellen vanwege vermoedelijke onvermogen om zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. De rechtbank wees dit verzoek af. Verzoekster ging in hoger beroep en stelde dat haar vader vanwege zijn leeftijd en lichamelijke toestand niet meer in staat zou zijn zijn financiën te beheren, en dat er sprake was van misbruik door familieleden.
De belanghebbenden, waaronder de vader en zijn kinderen, betwistten deze stellingen en overlegden een verklaring van de huisarts waarin werd bevestigd dat de vader volledig wilsbekwaam is, zelfstandig woont en geen sprake is van verkwisting of problematische schulden. Tevens werden bankafschriften overgelegd waaruit geen onregelmatigheden bleken.
Het hof oordeelde dat verzoekster onvoldoende heeft onderbouwd dat aan de wettelijke voorwaarden voor onderbewindstelling is voldaan. De voorbeelden van financieel wanbeheer dateren van jaren geleden en verzoekster heeft geen actueel inzicht in de situatie. Het hof zag geen aanleiding voor een onafhankelijk medisch onderzoek en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot onderbewindstelling wegens onvoldoende bewijs van onvermogen.