Uitspraak
,
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
Raad voor de Kinderbescherming,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om het verzoek van de vader om samen met de moeder belast te worden met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind, geboren in 2013. Het hof heeft het verzoek afgewezen omdat gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is.
De minderjarige kampt met ernstige traumaklachten en ervaart onrust en spanning rondom het thema vader. Het BOR3-traject, gericht op veiligheid, contactherstel en relatieopbouw, is afgerond met de conclusie dat contactherstel met de vader niet mogelijk is vanwege gevoelens van onveiligheid bij het kind. De noodzakelijke traumabehandeling kan pas starten als er rust en stabiliteit is.
De moeder en de gecertificeerde instelling benadrukken dat gezamenlijk gezag de situatie complex maakt en onrust veroorzaakt, waardoor de behandeling wordt belemmerd. De vader erkent de noodzaak van rust maar wil het gezag behouden om betrokken te blijven en het traject te monitoren. Het hof oordeelt echter dat het gezamenlijk gezag de onrust en onveiligheid bij het kind in stand houdt.
Daarom vernietigt het hof de eerdere beschikking van de rechtbank en wijst het het verzoek van de vader af op grond van artikel 1:253c lid 2 sub b BW, omdat gezamenlijk gezag niet in het belang van de minderjarige is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen omdat dit niet in het belang is van de minderjarige.