De verdachte werd door de rechtbank veroordeeld voor meermalig seksueel binnendringen van een minderjarige prostituee van 15 jaar, met een gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 3 voorwaardelijk. Zowel het Openbaar Ministerie als de verdachte gingen in hoger beroep. Het hof verklaarde het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk voor de vrijspraak van een tenlastelegging, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de straf en schadevergoeding.
Het hof oordeelde dat de feiten ernstig zijn: meerdere seksuele handelingen met een minderjarige, waarbij de verdachte zich bewust had moeten zijn van haar leeftijd. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het lange tijdsverloop sinds de feiten in 2013 speelden mee in de strafmaat. Zonder tijdsverloop zou een langere gevangenisstraf passend zijn geweest, maar vanwege de overschrijding van de redelijke termijn legde het hof slechts 1 dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf op.
Daarnaast werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd van €1.766,64, bestaande uit materiële en immateriële schade. Het hof benadrukte de ernstige impact op het slachtoffer en het belang van compensatie. De redelijke termijn was fors overschreden, wat het hof compenseerde door een lichtere straf op te leggen.
De beslissing werd genomen door het hof 's-Hertogenbosch op 15 december 2022, waarbij het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant deels werd vernietigd en deels bevestigd.