Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de ene week van donderdag 08.30 uur tot vrijdag 18.00 uur;
- de andere week van donderdag 08.30 uur tot zondagavond 18.00 uur;
- dat er geen sprake is van een hoofdverblijf van [minderjarige 1] bij de ene of de andere ouder, althans de beslissing van de rechtbank om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] op het adres van de moeder te bepalen op dat punt te vernietigen en ieder verzoek daartoe af te wijzen
- dat de hoogte van de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage voor [minderjarige 1] wordt vastgesteld op een bedrag van € 48,- voor wat betreft het aandeel van de vader in de kosten van [minderjarige 1] op basis van de behoeftetabel, alsmede een bedrag van € 54,- per maand voor wat betreft het aandeel van de vader in de netto kosten kinderopvang, althans een zodanig bedrag als het hof juist acht, maar niet hoger dan de door de rechtbank vastgestelde bijdrage, verminderd met het aandeel van de vader in de kosten voor kleding/schoenen;
- dat [minderjarige 1] haar hoofdverblijf heeft op het adres van de vader;
- dat aan de vader vervangende toestemming wordt verleend om [minderjarige 1] op zijn adres is te schrijven bij de Basis Registratie Personen;
- dat er een zorgregeling wordt vastgesteld tussen de moeder en [minderjarige 1] , inhoudende dat [minderjarige 1] in de ene week op maandag na het kinderdagverblijf (18:00 uur) tot dinsdag 18:00 uur bij de moeder is, alsmede in de andere week van zaterdagochtend 08:30 uur tot dinsdag 18:00 uur bij de moeder is;
- dat de moeder een bijdrage aan de vader betaalt in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] , ter hoogte van (415 -/- 15% zorgkorting = ) € 290,50 per maand alsmede € 95,- per maand terzake de netto kosten kinderopvang voor [minderjarige 1] , althans zodanig bedrag als het hof juist acht, waarbij de vader de aanvrager is van de kinderbijslag voor [minderjarige 1] , althans zodanige beslissing als het hof juist acht.
- de moeder, bijgestaan door mr. N. Groen als waarnemer voor mr. Coolwijk;
- de vader, bijgestaan door mr. Van Wieren;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
3.De beoordeling
- in de periode van 18 januari 2022 - 1 juli 2022 op: € 4.766,- per maand;
- in de periode vanaf 1 juli 2022 op: € 4.384,- per maand.
- in de periode van 18 januari 2022 – 1 juli 2022: € 1621,- per maand;
- in de periode vanaf 1 juli 2022: € 822,- per maand.
- periode 18 januari 2022 – 1 juli 2022: € 181,- per maand;
- periode 1 juli 2022 – 1 oktober 2022: € 337,- per maand;
- periode vanaf 1 oktober 2022: € 337,- -/- € 30,- = € 307,- per maand.
4.De beslissing
- met ingang van 18 januari 2022 – 1 juli 2022: € 181,- per maand zal betalen;
- van 1 juli 2022 – 1 oktober: € 337,- per maand zal betalen;
- vanaf 1 oktober 2022: € 307,- per maand zal betalen;