Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de zorgregeling voor de minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] centraal. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar het hoofdverblijf is bij de moeder. De kinderen staan sinds december 2019 onder toezicht van een gecertificeerde instelling. De rechtbank had een regeling vastgesteld met wisselende contactmomenten, maar partijen zijn het hier niet mee eens en zijn in hoger beroep gekomen.
De moeder vordert een zorgregeling met minder wisselmomenten, verwijzend naar het advies van deskundigen en de onrust die de kinderen ervaren. Zij wijst op problematiek zoals bedplassen, slecht slapen en agressief gedrag, en bezorgdheid over de woonomgeving bij de vader. De vader pleit voor een 50/50-verdeling met minder wisselmomenten, wat volgens hem rustiger is voor de kinderen. De gecertificeerde instelling, de raad en betrokken therapeuten bevestigen dat minder wisselmomenten rustiger zijn en dat de kinderen begeleiding nodig hebben vanwege loyaliteitsproblemen.
Het hof overweegt dat de huidige regeling, hoewel functionerend, te veel wisselmomenten kent die onrust veroorzaken. Het acht het in het belang van de kinderen dat zij even vaak bij beide ouders verblijven. De bezwaren van de moeder tegen co-ouderschap zijn onvoldoende onderbouwd. Het hof stelt daarom een week-op-week-af regeling vast met het wisselmoment op woensdag na school. De verdeling van vakanties en feestdagen blijft gelijk. Een raadsonderzoek wordt niet gelast omdat het hof voldoende is voorgelicht.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de zorgregeling betreft en het hof bepaalt de nieuwe regeling. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt een week-op-week-af zorgregeling vast met wisselmoment op woensdag na school en gelijke verdeling van vakanties en feestdagen.