Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij, op of omstreeks 17 november 2020 te Oostrum, gemeente Venray, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een (frituur)pan met (daarin) hete olie of heet vet, in de richting van deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] is gelopen en/of (vervolgens) deze (frituur)pan met hete olie in de richting van deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij, op of omstreeks 17 november 2020 te Oostrum, gemeente Venray, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een (frituur)pan met (daarin) hete olie of heet vet, in de richting van deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te lopen en/of (vervolgens) deze (frituur)pan met hete olie in de richting van deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te gooien;
hij, op of omstreeks 25 januari 2021 te Oostrum, gemeente Venray, [slachtoffer 6] heeft mishandeld door (vanaf korte afstand) naar, althans in de richting van het gezicht, althans het hoofd van voornoemde [slachtoffer 6] te spugen, waarbij speeksel in de ogen en/of op het gezicht van [slachtoffer 6] terecht is gekomen;
hij, op of omstreeks 25 januari 2021 te Oostrum, gemeente Venray, opzettelijk [slachtoffer 6] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door (vanaf korte afstand) naar, althans in de richting van het gezicht, althans het hoofd van voornoemde [slachtoffer 6] te spugen, waarbij speeksel in de ogen en/of op het gezicht van [slachtoffer 6] terecht is gekomen, althans door een gebaar van gelijke beledigende aard en/of strekking te maken;
hij, op of omstreeks 25 januari 2021 te Oostrum, gemeente Venray, opzettelijk [slachtoffer 6] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door naar, althans in de richting van het gezicht, althans het hoofd van voornoemde [slachtoffer 6] te spugen, (waarbij speeksel op het gezicht van [slachtoffer 6] terecht is gekomen,) althans door een gebaar van gelijke beledigende aard en/of strekking te maken.
hij op 17 november 2020 te Oostrum, gemeente Venray, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met zware mishandeling, door met een frituurpan met daarin olie of vet, in de richting van deze [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te lopen en vervolgens deze frituurpan in de richting van deze [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te gooien;
hij op 25 januari 2021 te Oostrum, gemeente Venray, opzettelijk [slachtoffer 6] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door naar het gezicht van voornoemde [slachtoffer 6] te spugen, waarbij speeksel op het gezicht van [slachtoffer 6] terecht is gekomen.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 9 december 2020, voor zover inhoudende als verklaring van [medewerker kliniek] [2] :
het hof begrijpt: een of meerdere sociotherapeuten) vanuit het kantoor van de afdeling, dat medepatiënt [slachtoffer 2] naar de gezamenlijke keuken loopt, alwaar patiënt [verdachte] op dat moment iets te eten aan het klaarmaken is. Sociotherapie gaat direct de groep op en ziet dat de patiënten neus aan neus staan in een soort staredown. Patiënt [verdachte] geeft medepatiënt [slachtoffer 2] een duw en zegt daarbij "je moet mij niet aanraken". Medepatiënt [slachtoffer 2] reageert op deze duw door patiënt [verdachte] een kopstoot te geven. Patiënt [verdachte] pakt de frituurpan, met daarin heet frituurvet, en loopt hiermee richting medepatiënt [slachtoffer 2] , die op dat moment door een sociotherapeut wordt begeleid naar zijn kamer. Patiënt [verdachte] gooit het frituurvet in de richting van medepatiënt [slachtoffer 2] en de sociotherapeut. Hierbij wordt niemand geraakt, mede doordat er weggedoken kon worden achter een (tussen)deur van de afdeling.
Het proces-verbaal van verhoor slachtoffer d.d. 3 december 2020, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] [3] :
het hof begrijpt: [verdachte]) bleef mij aanstaren. Ik draaide mij om om weg te lopen, ik kreeg toen een duw van hem in mijn rug. Ik draaide mij om. Ik maakte een soort van schokbeweging met het bovenlichaam om hem af te schrikken. Precies op dat moment kwam [verdachte] ook in mijn richting. Onze twee hoofden raakten elkaar toen. Ik liep vervolgens in de richting van mijn kamer. Ik werd begeleid door [slachtoffer 3] (
het hof begrijpt: [slachtoffer 3]). Ik hoorde toen achter mij [slachtoffer 4] schreeuwen: [verdachte] , niet doen, niet doen. Ik draaide mij om. Ik zag dat [verdachte] met de frituurpan achter mij aan rende. Ik rende in een sprint naar de gang van de kamers. De deur van de huiskamer naar de gang werd dicht gegooid. Ik werd net niet geraakt. Het vet kwam tot bij de deur en zelfs wat onder de deur door.
Het proces-verbaal van verhoor slachtoffer d.d. 22 december 2020, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] [4] :
Een ander geschrift, te weten een schriftelijke verklaring van het [slachtoffer 3] d.d. 20 november 2020, voor zover inhoudende [5] :
het hof begrijpt: [slachtoffer 2]) en [verdachte] (
het hof begrijpt: de verdachte).
het hof begrijpt: [slachtoffer 1]) wilde [slachtoffer 2] weghalen maar dat lukte in eerste instantie niet. Ik ben vervolgens naar [slachtoffer 2] en ST [slachtoffer 1] toegelopen en heb [slachtoffer 2] daar weggehaald. Deze is verder zonder problemen met mij meegelopen richting de gang waar zijn kamer is. St [slachtoffer 1] wilde [slachtoffer 2] toen insluiten en stond samen met [slachtoffer 2] en mij in de deuropening van de gangdeur vlak voor de deur van [slachtoffer 2] zijn kamer. Ik aan de kamer zijde en [slachtoffer 2] en ST aan de gang kant voor de deur van [slachtoffer 2] .
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 maart 2021, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] [6] :
het hof begrijpt: [slachtoffer 1]) was er ook bij. Dat was ongeveer bij de tussendeur tussen de gang van naar de kamer en de huiskamers. Op dat moment hoorde ik st-er [slachtoffer 4] roepen: [verdachte] niet doen. Ze riep dat 2 of 3 keer. Ik keek om en zag dat [verdachte] met de frituurpan in onze richting kwam gelopen. Ik hoorde dat hij riep :"Ik heb je toch gewaarschuwd.". Dat riep hij duidelijk tegen [slachtoffer 2] . Ik zag dat hij met de frituurpan in de richting van [slachtoffer 2] gooide. De st-er [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waren net in de gang. De tussendeur werd dicht geduwd. Ik sprong weg. Hierdoor werd niemand geraakt door het frituurvet. Ik kreeg net wat spetters op mijn broek en schoenen. Als de deur niet was dichtgegooid zou [slachtoffer 2] en mogelijk ook [slachtoffer 1] geraakt zijn.
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de politierechter d.d. 27 januari 2022, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 2 maart 2021, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6] [7] :
het hof begrijpt: de verdachte).
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 15 maart 2021, voor zover inhoudende als verklaring van [medewerker kliniek] [8] :
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
taakstrafvoor de duur van
100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
50 (vijftig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]
€ 266,60 (tweehonderdzesenzestig euro en zestig cent) bestaande uit € 16,60 (zestien euro en zestig cent) aan materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.