Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant vernietigd en de verdachte vrijgesproken van medeplegen en van voorbereidingshandelingen op locatie [plaats 1]. Wel is bewezen verklaard dat de verdachte in de periode van 6 tot en met 10 februari 2015 te [plaats 2] stoffen voorhanden had die bestemd waren voor de productie van synthetische drugs, waaronder BMK, APAAN en N-formylamfetamine.
De bewezenverklaring is gebaseerd op het aantreffen van werkhandschoenen met het DNA van de verdachte in een drugslaboratorium onder een loods, en observaties van de verdachte op het terrein kort voor de ontdekking. De verdachte heeft geen verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid en het aantreffen van zijn DNA, waardoor het hof dit als overtuigend bewijs beschouwt.
De verdediging voerde aan dat niet bewezen kan worden dat de verdachte handelingen heeft verricht gericht op het mogelijk maken van het strafbare feit en dat de proceshouding niet nadelig mag worden geïnterpreteerd. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de verdachte strafbaar is voor voorbereidingshandelingen.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van de feiten, het justitiële verleden van de verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep. Het hof legde een taakstraf van 200 uren op, subsidiair 100 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.