Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel (feit 1);
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd (feit 2);
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd (feit 3);
- deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet (feit 4).
- vrijspraak bepleit van het onder 2 tenlastegelegde feit;
- zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 tenlastegelegde feit bewezen kan worden verklaard;
- zich op het standpunt gesteld dat de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard, echter telkens voor een kortere periode dan de rechtbank bewezen heeft geacht;
- een strafmaatverweer gevoerd, waarbij is verzocht om af te zien van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en in plaats daarvan te volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf.
- met aanvulling van de bewijsvoering, gelet op hetgeen in hoger beroep door de verdediging is aangevoerd;
- met uitzondering van de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd en zullen de daarmee samenhangende overwegingen worden vervangen zoals hierna te melden;
- met vervanging van de toepasselijke wettelijke artikelen, zoals hierna te melden.
(hof: [medeverdachte 1] )en dat [medeverdachte 1] het weer wou bijhouden) ‘dat hun ze toch zelf voeding geven’.
(het hof begrijpt: [medeverdachte 2] )aan de gang te gaan maar ja mijn vader zei ook al eerst (…) effe allemaal afwachten.”
(het hof begrijpt: [medeverdachte 6] , dus bij de kwekerij te [plaats 2] )staat het ook alweer twee weken leeg. We moeten aan de gang, die grond moet eruit en vrijdag komen die stekken.” [3]
[medeverdachte 4] : “ [medeverdachte 1] euh hok klaar maken, [betrokkene 1] bellen voor stekken. Ik zei ik doe effe
[medeverdachte 4] : “Als die wortels eruit zijn dan blijft er een halve bak over. Als je dan
Of ik laat het een keer draaien nog en dan doe ik euh..”
(het hof begrijpt (in elk geval) [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en de verdachte)en heeft [medeverdachte 2] verklaard dat de hennepkwekerij is opgebouwd door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en verdachte (pagina 88 vonnis).
meer als een jaarin, vorige … december (…)” (zie pagina 100 vonnis). Deze uitlating van [verdachte] bevestigt naar het oordeel van het hof niet alleen de verklaring van [betrokkene 2] voor wat betreft de begindatum van de hennepkwekerij, het hof leidt daaruit ook af dat [verdachte] reeds vanaf dat moment (november/december 2012) betrokken was bij de hennepkwekerij, zoals [betrokkene 3] heeft verklaard.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;