Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel (feit 1);
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd (feit 2);
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd (feit 3);
- deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet (feit 4);
- in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert, mondeling persoonlijk opzettelijk een valse verklaring onder ede afleggen (feit 5).
- vrijspraak bepleit van de onder 3 en 5 tenlastegelegde feiten;
- zich op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard;
- een strafmaatverweer gevoerd, waarbij is verzocht om af te zien van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar in plaats daarvan te volstaan met een (maximale) taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.
- met uitzondering van de beslissing ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde feit;
- met aanvulling van de bewijsvoering, gelet op hetgeen in hoger beroep door de verdediging is aangevoerd;
- met uitzondering de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd en zullen de daarmee samenhangende overwegingen worden vervangen zoals hierna te melden;
- met vervanging van de toepasselijke wettelijke artikelen, zoals hierna te melden.
het hof begrijpt de verdenking in onderhavige strafzaak)dat ik dan mogelijk nu een meineed pleeg en u zegt mij dat ik daar goed moet over nadenken.
Ik heb nooit iets met drugs te maken gehad.”
Het klopt dat ik verdacht wordt van betrokkenheid bij hennep.' volgt dat de verdachte kennelijk vanaf hier verklaart in zijn hoedanigheid van verdachte en naar aanleiding van (een) vra(a)g(en) van de rechter-commissaris die direct zag(en) op de verdenking van verdachte zelf in onderhavige strafzaak. Gelet hierop had de verdachte op dat moment moeten worden gewezen op zijn verschoningsrecht ex artikel 219 Sv Pro. Nu dit niet is gebeurd, is de aan artikel 29 Sv Pro ten grondslag liggende verklaringsvrijheid van de verdachte op ontoelaatbare wijze onder druk komen te staan. Daarmee is zo zeer gehandeld in strijd met een behoorlijke procesorde dat de betreffende verklaring van de verdachte van het bewijs dient te worden uitgesloten. Gelet hierop is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan zodat hij hiervan zal worden vrijgesproken.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;