De betrokkene werd door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld voor medeplegen van het telen van 655 hennepplanten en tot betaling van €77.652,22 aan wederrechtelijk verkregen voordeel. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en het voordeel opnieuw vastgesteld op €61.818,58, gebaseerd op twee oogsten in plaats van drie.
Het hof acht de verklaring van de betrokkene dat hij geen voordeel had genoten van de oogsten ongeloofwaardig, gezien de risico's en zijn ervaring als marktkoopman. De opbrengsten en kosten van de hennepkwekerij werden nauwkeurig berekend aan de hand van een rapport en dossiergegevens, waaruit het netto voordeel van twee oogsten werd vastgesteld.
De redelijke termijn voor berechting is overschreden in eerste aanleg en hoger beroep, waardoor het hof de betalingsverplichting met 5% matigt tot €58.727. Tevens is de duur van de gijzeling vastgesteld op maximaal 1080 dagen, conform de wettelijke bepalingen.